t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



Bragel

  • By Ingeborg
  • 29 Nov, 2016

Over vette klei & baggertradities

‘Vette, buitendijkse klei’ en ‘bodemmodder’, zo wordt het woord ‘bragel’ in Nederlandse woordenboeken uitgelegd. De etymologie noopt tot enthousiasme: ‘leenwoord uit het Nedersaksisch (Gronings)’, aldus het wikiwoordenboek. Kiek, dat wol k mor eefkes zeggen. Voor een inwoner van de provincie Groningen is dat geen verrassing, want ook de meest rabiate Nederlandssprekenden hebben wel eens een opmerking horen maken over modderspatten op hun broekspijpen, hondenpoten over een kort daarvoor onberispelijk schone vloer, een blubberig sportveld of ‘dikke bragel aan stevels’.


Het ‘buuswoordenbouk’ van Reker en de dikke Ter Laan noemen ‘bragel’ als vertaling van ‘slijk’. Ter Laan voegde eraan toe: “de modder op de bodem van een sloot”. Als je wat aan de corpulente kant bent dan heet dat in het Gronings zeer beeldend, doch weinig charmant: ‘bragelvet’.


In zijn ‘bijdrage tot de kennis van het Hunsingo-Groningsch dialekt.’, schreef dhr. J. Onnekes in De taal- en letterbode (jaargang 3, 1872) onder meer: “Onder de verschillende Nederlandsche tongvallen wordt het Groningsch gewoonlijk voor een der minst welluidende gehouden.” (Eh…). Gelukkig schreef deze in Ulrum geboren publicist ook tal van objectieve observaties, zoals klankbeschrijvingen en woordenlijstjes. Siemon Reker heeft in zijn vuistdikke magnum opus ‘Biografie van het Gronings’ dan ook verschillende passages ingeruimd voor besprekingen van Onnekes’ werk. Deze Onnekes noteert de Groningse vertaling van ‘weeke modder, slijk’ als ‘braggel’. Met dubbel ‘g’, dus. Zelfs in onze tijd, bijna anderhalve eeuw na zijn optekening, is die a-klank niet bijzonder langgerekt. Verwonderlijk zijn die onderlinge spellingsverschillen dan ook niet.


‘Brageln’ in de betekenis van ‘besmeuren’ kennen we eveneens. Ook de Vlamingen gebruiken ‘braggelen’ voor morsen. Het Meertensinstituut heeft in de dialectwoordenbank onder meer ‘braggelaar’ voor ‘prutser/ knoeier’ en ‘braggelwerk’ voor ‘prutswerk’. Qua betekenis kom je er dus niet onderuit: waar bra(g)gel is, is rotzooi.


En die bragel, die zullen velen deze zomer met wattenstaafjes hebben moeten opdiepen uit hun oren, want medio juli vond voor de zesde keer de ‘braggeltocht’ van Garnwerd plaats. Ruim duizend mensen die geheel voor de ontspanning door een parcours van modderslootjes baggeren: dat is de strekking. Organisator Derk Maatjes legde uit dat de naam een samentrekking is van ‘baggeren’ en ‘bragel’. Zo kwam dus die extra g (van Garnwerd!) in het woord terecht. Vele vrijwilligers, onder wie Peter Nooren - die waar nodig zorgt voor het uitbaggeren van sloten, maakten de tocht mogelijk. Carlien Bootsma ondervond het bragelen aan (en in!) den lijve en schreef er een reportage over voor Dagblad van het Noorden.

Foto:   Iris Tromp

http://www.dvhn.nl/…/Kroos-tot-je-kruin-en-blubber-in-je-bi…

?H9~iST�.}�u@�

Share by: