t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



CAUSALITEIT & CORRELATIE

  • By Ingeborg
  • 28 Oct, 2016

Over sneeuwmannen, lammetjes en onderbetaalde dialectsprekers

De periode van het jaar waarin de meeste sneeuwmannen (en -vrouwen, en -dieren, etc.) worden gebouwd in ons land, is dezelfde periode van het jaar waarin door gladheid bovengemiddeld veel blikschade ontstaat op wegen. Kun je daaruit concluderen dat er geen sneeuwpoppen meer gemaakt moeten worden, zodat ook de tijdelijke toename van blikschade achterwege blijft? Iedereen kan beredeneren dat dit niet het geval is, want die sneeuwmannen zijn niet de oorzaak (vgl. Engels ‘the cause’) van die blikschade. Er is daarmee zeker een correlatie tussen die twee variabelen, maar geen causaal verband. Het werkelijke causale verband laat zich eenvoudig raden: sneeuwval nodigt uit tot het bouwen van sneeuwpoppen en diezelfde sneeuwval leidt, eventueel met een vleugje ijzel, voor een gladde textuur van het wegdek en daarmee tot meer blikschade.

Alle leerlingen die worden klaargestoomd voor het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands havo of vwo, leren hoe zij drogredenen kunnen herkennen en rubriceren. Een drogreden is welbeschouwd een kulargument: iemand probeert anderen van zijn mening te overtuigen, maar gebruikt daarvoor inhoudsloze frasen. Soorten drogredenen zijn bijvoorbeeld ‘beroep op autoriteit’ (“Als Matthijs van Nieuwkerk het zegt dan zal het wel waar zijn”), ‘voorkomen van een afwijkende mening’ (“Je moet wel knettergek zijn om je stem te gunnen aan die politieke partij”) en ook ‘verkeerd oorzakelijk verband’ (“Als er meer lammetjes geboren worden komt er ook meer bloesem aan de bomen, dus lammetjes creëren bloesem”). Als er enkel zinnetjes worden aangeboden in een oefening is het nog vrij eenvoudig om drogredenen te herkennen, maar lastiger wordt het wanneer leerlingen, zoals bij het eindexamen tekstverklaring het geval is, argumenten moeten destilleren uit grote lappen tekst en deze moeten toetsen op betrouwbaarheid. Vorige week bleek andermaal dat dit niet alleen voor eindexamenkandidaten moeilijk kan zijn.

Voor alles geldt: variabelen kunnen weliswaar een samenhang vertonen, maar zolang niet is onderzocht waarom die samenhang er is – gesteld dat er al een reden moet zijn – kun je daaraan geen conclusies verbinden. Er kan dus sprake zijn van correlatie, maar dat hoeft niet te betekenen dat er daarnaast sprake is van causaliteit. Het vorige week verschenen artikel in het AD, dat via de NOS een windvlaag veroorzaakte binnen media en dat handelde over loondifferentiatie in het nadeel van dialectsprekers, noopt tot het onderstrepen van die verschillen tussen verband en oorzaak.

Hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Tilburg, Jan van Ours, voerde het onrust veroorzakende onderzoek uit samen met Yuxin Yao en, zoals het in de media gebracht werd, trok daaruit de conclusie dat dialectsprekers fors minder geld verdienen wanneer zij hetzelfde werk ten uitvoering brengen als hun eentalige, Nederlandssprekende collega`s. Het onderzoeksverslag waaraan werd gerefereerd leek in eerste instantie nog niet te zijn verschenen, wat het op z`n minst uiterst lastig maakt om er iets zinnigs over te zeggen. In tweede instantie bleek er wel degelijk een paper te zijn, dat al in januari van dit jaar met de wereld werd gedeeld en waarvan we niet weten of het de huidige stand van zaken nog representeert.

Toen ik studeerde bood de opleiding Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen het vak ‘Ethiek van de Journalistiek’ aan. Persoonlijk heb ik dat als nuttig ervaren. Zoals bij ieder vak werd er onder meer benadrukt hoe belangrijk het is om voorzichtig en genuanceerd om te gaan met (onderzoeks)gegevens. Er is weinig fantasie voor nodig om te voorspellen waartoe het verwarren van causaliteit en correlatie kan leiden. In sommige gevallen ligt een causaal verband heel dicht aan het oppervlak (“Ons huis vertoont scheuren die alleen huizen in deze streek van het land vertonen. Voorts wordt hier al decennia naar olie geboord en zijn er bodemdalingen en aardbevingen waar te nemen.”), in andere kan het abject of zelfs gevaarlijk zijn om zonder verdere nuance causale verbanden te veronderstellen (“Het gaat slecht met de economie van ons land. En o wacht, er wonen hier ook mensen die een bepaalde religie aanhangen.”). Onze geschiedenis en onze literatuur staan bol van de zwartboeken die daaruit voortkwamen. Waakzaam en kritisch blijven is het devies.

Om nog eens te benadrukken dat correlatie toevallig kan zijn, sluit ik af met een link naar een website die dit alles beeldend illustreert. http://www.tylervigen.com/spurious-correlations

. Op het bestaan van die website werd ik gewezen door een leerling die de theorie over drogredenen heel goed begrepen heeft.
Ingeborg Nienhuis, 25 september 2016


Share by: