t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



Een sprookje van een klus!

  • By Ingeborg
  • 19 Feb, 2017
“Schrijf de titels van zoveel mogelijk bekende sprookjes onder elkaar op.” Zo luidde de eerste opdracht in de collegereeks Mondelinge Vertelcultuur. Voor een student die koud terug is uit een amusementspark in het zuiden des lands was dat niet zo`n complexe opdracht: beginnen bij De Rode Schoentjes en zo verder in gedachten het bos door langs De Wolf en de Zeven Geitjes, Roodkapje en andere hoofdrolspelers uit eeuwenoude volksverhalen die veelal bedoeld waren om mensen te moraliseren en hen – soms heel letterlijk – op het rechte pad te houden.

Toen de pennen weer naast de collegeblokken lagen vertelde de docent over een psychologisch testje dat aan de hand van deze opdracht wordt uitgevoerd: de eerste sprookjes die worden opgeschreven geven inzicht in de psyche. Noteer je als eerste Hans en Grietje? Dan geeft dat wellicht blijk van verlatingsangst. Staat Assepoester of Sneeuwwitje bovenaan je lijstje? In dat geval wacht je mogelijk op een verlosser die je uit je huidige omstandigheden bevrijdt. Is het Klein Duimpje die je rijtje titels aanvoert? Grote kans dat je je een nietig wezen voelt in een wereld die voor jou te groot en te onoverzichtelijk is om te behappen – of juist dat je ondanks je lage positie een hogergeplaatste te slim af bent. In mijn geval zou je het dus zo kunnen interpreteren dat ik als student aan mijn eigen feestgedrag ten onder zou gaan – maar een betere lezing was dat het tableau behorende bij De Rode Schoentjes zich nu eenmaal dichtbij de door mij gekozen ingang van het sprookjesbos bevond.
De zojuist genoemde manier is er nog maar één om sprookjes te duiden. Er zijn er nog veel meer en er kwamen nog ettelijke voorbij in de collegereeks. Na een maandagochtendlezing over Freudiaanse duidingen van sprookjes (Repelsteeltje is een fallussymbool, het rode kapje van het kleine meisje in het bos symboliseert de vruchtbaarheid van de adolescent die valt voor de verlokkingen van een nozem/ wolf, Doornroosje prikt zich op de eerste dag van haar volwassen leven niet daadwerkelijk aan een spinnenwiel, maar…), haakte ruim de helft van de studentes die het college volgden af. Ze hadden geen trek meer in die ‘vieze verhaaltjes’ van de docent.

Ik weet nog dat ik het als kleuter ontmoedigend vond dat lieve prinsessen en goede feeën in sprookjes vaak blond haar hebben. De heksen of boze stiefmoeders hebben vaak donker haar en een hardere uitdrukking dan die prinsessen die hoog scoren op de Arische graadmeter. Kortom: blond haar goed, donker haar slecht. Disney droeg grif bij aan deze tweedeling. Totdat jaren later eindelijk Beauty and the Beast geanimeerd verfilmd werd en er een prinses populair werd met bruin haar, die gek was op boeken, niet begrepen werd door oppervlakkige omwonenden, op een stoer werkpaard reed en meer waarde hechtte aan karakter dan aan voorkomen en zij uiteraard mijn lievelings-sprookjesheldin werd, was Sneeuwwitje om die reden mijn favoriet. Politiek-correct als de bonzen achter het Disney-imperium zijn, compenseerden zij hun overdaad aan Kaukasische heldinnen vanaf het begin van de jaren negentig overigens met films als Pocahontas, Mulan, The Princesse and the Frog en Aladdin.

Volksverhalen zingen al heel lang rond, voordat iemand eens de moeite neemt ze op te schrijven. Om die reden zijn er ook zekere grondmotieven en personages die per streek kunnen verschillen. Een sluwe vos komt bijvoorbeeld in verschillende fabels voor. Ook is er regelmatig sprake van een feodaal stelsel met een koning, een prinses en een hofhouding. Zelfbeheersing is een deugd die in veel moraliserende sprookjes voorkomt. Niet zo vreemd is het daarom, dat sprookjes lange tijd niet bedoeld waren voor kinderen, maar juist voor jongvolwassenen. Exempelen zoals het Middelnederlandse Mariken van Nieumeghen en het Mariamirakel Beatrijs zijn hier andere voorbeelden van. De gebroeders Grimm schreven bijvoorbeeld geen sprookjes, maar bundelden bestaande sprookjes. Die verhalen kenmerken zich geen van allen door fluwelen handschoentjes en zoetgevooisde woordjes: sprookjes kennen regelmatig uiterst wrede verhaallijnen.

Groningse sagen en volksverhalen vormen hier geen uitzondering op: op de basisschool duizelde het me al van die wrede ‘rechter’ van Faan, de weddenschap van die arme Aagt uit Eenrum, de verstandhouding van Grootoog en Kleinoog en het hellebeest met de naam ‘Widde Wiend’. De sagen hier worden gevormd en getekend door de omgeving. Witte slierten mist hebben inderdaad wel iets van nevelgeesten oftewel ‘Witte Wieven’ en in het huilen van de wind kun je soms van alles horen.

Dankzij de vertaalkunsten van Marten van Dijken heeft het Gronings niet alleen volksverhalen en de sprookjes die al geschreven werden door schrijfsters als Annie van Dijken en Gré van der Veen, maar sinds vorig jaar ook de Grunneger Grimm. Het mogen voorlezen van een aantal van die sprookjes voor RTV Noord was heel speciaal. Niet in de laatste plaats omdat mijn kleuterheldin erbij zat: Sneeuwwitje! Dat ik per ongeluk de verkeerde pruik uit de kist met verkleedkleren had opgediept mocht de pret daarbij niet drukken – ook dat zal wel een symbolische lading hebben gehad.


Share by: