t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



FAQ: vragen over de Groningse streektaal

  • By Ingeborg
  • 22 Feb, 2017
In mijn tijd als streektaalfunctionaris viel het me op dat er over het Gronings vaak dezelfde vragen gesteld werden via mail en telefoon. Met mijn collega`s van het Huis van de Groninger Cultuur heb ik toen een aantal veelgestelde vragen genoteerd en uitgewerkt. Henk Scholte dacht intensief mee over de vragen en de uitwerkingen en Jan Glas redigeerde het stuk. Het zou jammer zijn als deze 'FAQ' in limbo zouden verdwijnen, vandaar hierbij alsnog het (ongetwijfeld incomplete) rijtje.

1.         Hoe oud is het Gronings?

 

Hoe oud een taal is, is zelden met zekerheid te zeggen. Een taal ontstaat door beïnvloeding van allerlei, vaak politiek-economische factoren en wordt eerst al geruime tijd gesproken voordat iemand op het idee komt iets in die taal te schrijven.

 

Daar doet zich al het volgende knelpunt voor: zodra iets op schrift gesteld wordt, moet dat schrift ook nog eens de kans krijgen om overgeleverd te worden. Nu is dat in het geval van kleitabletten en rotstekeningen weliswaar nog haalbaar, maar dat geldt niet voor iedere materiaalsoort. Voor de uitvinding van de drukpers (in West-Europa bevorderde die uitvinding de overlevering van geschriften vanaf de 15e eeuw) waren mensen die überhaupt de kunst van het schrijven machtig waren aangewezen op vergankelijke materialen die bijvoorbeeld brandbaar waren. Perkament is gemaakt van dierhuiden en gaat in die zin al langer mee, al werd ook dat materiaal regelmatig hergebruikt of anderszins niet zorgvuldig bewaard.

Een andere moeilijkheid bij de leeftijdsbepaling van een levende taal, is dat die zich voortdurend ontwikkelt en daardoor verschillende stadia kent.

 

Hoe oud het Gronings precies is kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar bij benadering durven we te stellen dat het in ieder geval aan het einde van de Middeleeuwen (+/- 1500) in toenmalige varianten gesproken werd.

 

2.         Hoe is het Gronings ontstaan?

 

Zoals hierboven aangegeven, ontstaat een taal niet als bij toverslag en liggen er regelmatig politiek-economische invloeden aan ten grondslag.

Hoe dan ook: even generaliserend was in de Middeleeuwen onze huidige provincie opgedeeld in drie verschillende stukken.

 

         De stad Groningen en het omringende gebied, dat het Gorecht heet, behoorden tot wat nu Drenthe is;

         Het reepje in het uiterste oosten van onze provincie, Westerwolde, was een heerlijkheid en hoorde bij het Stamhertogdom Saksen;

         De rest van de provincie; de Ommelanden en het Oldambt, behoorden tot Friesland. In de praktijk kwam het uitvoerende bestuur op lokaal niveau te liggen bij de landadel, bij de abten van kloosters en in mindere mate bij boeren. In de 14e en 15e eeuw kwam dit gebied onder de gerechtelijke macht van de stad Groningen te staan. De taal die er gesproken werd was toen al Nedersaksisch, in plaats van het eerdere Oudfries en latere Middelfries.

 

Tot het jaar 1600 waren de inwoners van de huidige provincie Groningen in economische zin sterk gericht op het oosten. In talig opzicht zijn die invloeden duidelijk merkbaar. Na deze periode vormden de toen ontstane Nederlanden een eenheid, waardoor het Gronings ook door de standaardtaal, het Nederlands, beïnvloed werd. Tot slot had het Middelnederduits, dat al geruime tijd in Drenthe werd gesproken, veel gevolgen voor de taal die toen in het huidige Groningen gangbaar was; het was de handelstaal waarmee de mensen in het Nedersaksische taalgebied met elkaar communiceerden.  

 

In zijn boek ‘Duizend jaar Gronings Taallandschap verdeelt H. Feenstra het Gronings onder in verschillende taalfasen: ‘Oudgronings’ (tot aan ongeveer 1600), Middelgronings (1600 - +/- 1800) en Nieuwgronings (+/- 1800 – heden).

 

 

3.         Hoeveel mensen spreken er Gronings?

 

Hier is geen recent onderzoek naar gedaan. In zijn onderzoek naar dit onderwerp uit het begin van dit millennium heeft de taalkundige Henk Bloemhoff, streektaalfunctionaris van het Stellingwerfs, getracht in kaart te brengen hoezeer het Gronings nog gebezigd wordt. Het betreft hier een onderzoek van een aantal jaren geleden. De recentere en kleinere onderzoeken naar de mate waarin het Gronings actief als taal wordt gebruikt, spreken elkaar tegen en geven daardoor geen helder beeld.

 

Het Sociaal Planbureau Groningen durft stelliger te zijn in haar cijfers, gesteund door recenter onderzoek van onder meer het Meertens Instituut. Naar die maatstaven spreekt 40% van de inwoners van Groningen dagelijks Gronings en kan 75% van de inwoners het Gronings goed verstaan. http://sociaalplanbureaugroningen.nl/trots-op-groningen/tradities-en-gebruiken-belangrijk-in-het-lev...

 

Het is verstandig om bij een vraag als deze altijd de nuance aan te brengen wat je precies wilt weten: gaat het om het verstaan van het Gronings, dan zal het percentage hoger zijn dan waar het de spreekvaardigheid betreft. Nog weer minder mensen kunnen het Gronings goed lezen en het percentage mensen in het Groningse taalgebied dat in het Gronings schrijft is het laagst.  

 

4.         Is het Gronings een taal of een dialect?


Talen en dialecten: één pot nat?

In de taalkunde wordt geen onderscheid gemaakt tussen talen en dialecten. De verschillen die er zijn, zijn vaak slechts politiek-economisch: ooit heeft een overheid besloten wat wel een taal is en wat die noemer en dus die status niet krijgt. Voor de vergelijking tussen taal en dialect wordt regelmatig een militaire metafoor gebruikt: een taal wordt dan omschreven als een dialect met een leger en een vloot.

 

Politiek: Gronings is een dialect

In politieke zin is het Gronings een dialect en daarin schuilt meteen een reële bedreiging: scholen zijn niet verplicht het Gronings aan te bieden als onderwijstaal, officiële overheidsdocumenten (brieven van de gemeente over afvalscheiding; juridische verhandelingen en parkeerboetes) zijn niet in het Gronings en naambordjes en nieuwsberichten evenmin. Relatief zijn er veel meer mensen die het Gronings machtig zijn in woord dan in schrift, oftewel: veel mensen spreken het, weinig lezen het en nog minder schrijven het.

 

Gronings hoort bij het Nedersaksisch

Hoop gloort vanuit de Nedersaksische kant. Het Gronings is weliswaar een dialect, maar het behoort tot het Nedersaksisch en dat is sinds het in werking treden van het Europees Handvest voor regionale talen of minderheidstalen (1998) een erkende streektaal. Het Nedersaksisch bestaat uit een verzameling Nederlandse, Deense en Duitse dialecten die gesproken worden in het noorden van Duitsland, het Deense grensgebied en in het noordoosten van Nederland: de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, de Gelderse regio's Veluwe en Achterhoek, en de Stellingwerven in het zuiden van Friesland. De overeenkomsten tussen de Nedersaksische dialecten is dusdanig dat mensen uit Groningen zich met hun taal verstaanbaar kunnen maken tot aan Hamburg toe, zo luidt de heersende opvatting.  

 

Talen & kruisbestuiving

Een taal staat zelden op zichzelf. Het komt maar heel weinig voor dat er een gemeenschap is die, verstoken van contact met andere mensen, een geheel eigen ontwikkeling kent. Er is nagenoeg altijd sprake van kruisbestuiving van talen.

Talen hebben elkaar onderling altijd beïnvloed. In de Middeleeuwen gebeurde dat bijvoorbeeld al door middel van handel of door een rondtrekkende muzikant die voor nieuwsverstrekking of vertier zorgde (troubadour).

Met de beschikbaarheid van internet lijken wereldtalen als het Engels en Arabisch steeds meer aan terrein te winnen, terwijl kleinere talen minder opduiken op massamedia.

 

Landsgrenzen zijn geen taalgrenzen

Goed om te weten is dat talen zich niet bepaald aan landsgrenzen houden. Zoals hierboven uitgelegd, behoren het Gronings en het Drents bijvoorbeeld tot het Nedersaksisch en die taal wordt aan de andere kant van de Duitse grens ook gesproken. De opkomst van een centraal gestuurd onderwijssysteem in de standaardtaal heeft eraan bijgedragen dat de talige ‘grenzen’ in de afgelopen paar eeuwen meer parallel zijn gaan lopen aan die landsgrenzen.

 

5.         Hoeveel soorten Gronings zijn er hoe komt het dat die verschillen er zijn?

 

Iedere taal heeft verschillende varianten en bij een streektaal is dat niet anders. Die verschillen hangen ook weer samen met de eerder genoemde stelregel dat talen zich niet houden aan lands- en provinciegrenzen, maar veel sterker gestuurd worden door andere geografische en politiek-economische zaken. De turfafgravingen in de voormalige Veenkoloniën hebben bijvoorbeeld een sterke migratie op de been gebracht, die ertoe leidde dat het Gronings uit die streek invloeden kent uit meerdere windrichtingen.

 

Dialectvarianten die per regio verschillen, worden ook wel aangeduid met de term ‘regiolecten’. Onderlinge verschillen binnen een streektaal geven deze verscheidenheid en kleur, al worden ze door sommige mensen als vervelend en potentieel verwarrend beschouwd.  

 

Hoewel het Gronings in de volgende streken per regio of woonplaats kan verschillen, hanteren we de volgende onderverdeling van het taalgebied – daarbij de indeling volgend die Siemon Reker, Christopher Bergmann en Hindry Schoonhoven in hun laatste publicaties eveneens aanhielden. [i]

 

-      Oost-Gronings: daaronder vallen de gebieden die bekend staan als het Oldambt en de Veenkoloniën. Het Westerwolds heeft daarbinnen een status aparte, al wordt dat Westerwolds nog maar weinig gebezigd. Lange tijd werd een indeling aangehouden waarbij het Veenkoloniaals en het Oldambtsers als twee verschillende varianten van het Gronings werden gezien, terwijl er nu zoveel overeenkomsten zijn dat het Gronings in deze gebieden samen onder de noemer ‘Oost-Gronings’ worden geschaard ;

-      Noord-Gronings: daartoe behoort de streek van het Hogeland. De vage grens met Oost-Gronings is een brede overgangszoom die bij bestudering bijvoorbeeld valt waar te nemen ter hoogte van Noordbroek;

-      West-Groningen: dat is het Westerkwartier, dat zich zelfs langs scheidingen door riviertjes qua klanken en klankkleuren sterk onderscheidt van het Noord- en Oost-Gronings;

-      Gorecht: de streek Gorecht ligt rondom de Stad Groningen en vormt met die Stad voor het gehoor een smeltkroes van de andere vormen. Net als het Westerwolds is het Stad-Gronings zeldzaam aan het worden.  

         

Daarnaast bestaan er nog varianten die nauwelijks nog onderhouden worden, zoals het Kollumerpompsters en een variant die op Schiermonnikoog voorkomt. Beide vormen behoren bij een gebied dat in geografisch oogpunt tegenwoordig tot Friesland behoort en in taalkundig perspectief sterk beïnvloed lijkt door de Friese taal.

 

 

6.         Wat zijn belangrijke Groningse websites?

 

‘Linkjewailen’

Wie op internet gaat zoeken naar het Gronings, stuit op tal van websites die zich richten op de Groningse taal. Behalve de homepages van artiesten, toneelverenigingen en de goedbezochte websites van Dagblad van het Noorden, RTV Noord en OOG, zijn er verscheidene die zich richten op een specifiek onderdeel van de Groningse taal.

 

Het loont de moeite om op een druilerige dag (of op een stralende) eens een digitale wandeling langs dergelijke websites te maken. Het volgende overzicht is beslist niet compleet en verdient uitbreiding, maar om eens een aantal pronkjuwelen, of eigenlijk ‘linkjuwelen’ te noemen:

 

·         http://www.groningsonline.nl/ Het zakwoordenboek van professor Reker online, met de spellingsregels er gratis bij.

·         http://klunderloa.nl/ Digitaal lesmateriaal voor leerlingen in het basisonderwijs. Een schat aan onderwijsmateriaal ligt zo voor het grijpen. Ouders en onderwijzers: grijp uw kans!

·         https://www.huisvandegroningercultuur.nl/ Actueel is de website van het Huis van de Groninger Cultuur.

·         http://www.rug.nl/research/groningertaalencultuur/ De website van Het Bureau Groninger Taal en Cultuur: de wetenschappelijke tak van het Gronings, met onder meer taalcolumns en Gronings in beelden op straat.

·         http://www.webloug.nl/ Deze website heeft een schitterende woordspeling als naam: een contaminatie van de woorden ‘weblog’ en ‘loug’, dat in het Gronings dorps(kern). Dat belooft veel creativiteit en die belofte wordt met deze gevarieerde cultuurwebsite ingelost.

·         http://www.liudger.org/nl/ Gronings monnikenwerk: de bijbel en meer spiritueels in het Gronings.

·         http://www.grunnegerbouk.com/Stichting_t_Grunneger_Bouk/Welkom.html Ruim veertig jaar actief met het promoten en uitgeven van Groningstalige literatuur.

·         http://www.boukenkist.nl/ Onlinewinkel met boeken over Groningen en van Groningstalige publicaties.

·         http://www.toalentaiken.nl/Toal_en_Taiken/Tiedschrift_veur_Grunneger_Cultuur.html Website van Toal & Taiken, het grootste streektaaltijdschrift van Nederland.

·         http://www.degrunnegersproak.com/ Zet zich al sinds 1919 (bijna tijd voor een feestje!) in voor het bevorderen en behoud van toneel en theater in de Groningse taal.

·          http://www.kreuzekeuze.nl/ ‘Opdroads’ Groninger tijdschrift vol Groningse verhalen en gedichten.

·         http://www.dideldom.com/verhoalen.shtml Een depot met werk van maar liefst 91 (!) Groningstalige auteurs.

·         http://www.kostverloren.org/start.html Organisator van culturele evenementen zoals de jaarleukse ‘Veurleescup’ voor kinderen.

·         https://www.youtube.com/watch?v=V8Gqo3AFD8Q GrunnenTV is het Youtube-kanaal met de hilarisch overgesynGRONINGseerde en immens populaire korte filmpjes. In de link vertelt founding father Eric Bats over zijn geesteskind.

·         https://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Veurblad De Nedersaksische wikipedia.

 

 

7.         Als ik Groningse les wil volgen, waar kan ik mij dan aanmelden?

 

Het Huis van de Groninger Cultuur biedt cursussen aan in de stad Groningen en op verschillende locaties in de provincie. Deze cursussen worden gegeven door speciaal daarvoor opgeleide docenten. De docentenopleiding en het lesmateriaal zijn verzorgd door Siemon Reker.

Daarnaast zijn er nog docenten actief die als zelfstandige stoomcursussen en repetitieve Groningse les geven.    

 

8.         Wat zijn de verschillen tussen het Gronings en het Nederlands van nu?

 

Een levende taal is in beweging. Woorden komen en gaan, of veranderen van uitspraak of betekenis. Onze streektaal kent woorden die typisch zijn voor het Nedersaksisch, het Gronings of zelfs voor bepaalde streken.

 

Sommige regionale woorden zijn kenmerkend voor meerdere dialecten. ‘Schuddeldouk’ is bijvoorbeeld een Groningse vertaling van ‘vaatdoekje’, maar in Belgisch Nederlands is ‘schoteldoek’ dat eveneens, het Achterhoeks kent ‘schötteldoek’ en het Brabants ‘schutteldoek’.

‘Stevel’ was Middelnederlands voor ‘laars’, maar wordt nu in het Nederlands niet meer of nauwelijks nog gebruikt. Het Gronings kent ‘stevel’ nu juist in die betekenis.

‘Dieverdoatsie’ (tijdverdrijf) is bijvoorbeeld een fraai woord dat, zo lijkt het, alleen in het Gronings en Drents voorkomt.

 

Met name in de categorie scheld- en schimpwoorden kent een streektaal veelgebruikte, kenmerkende en ook regionaal bepaalde woorden. ‘Slaif’ betekent zowel pollepel als sukkel en wordt door het hele Groningse taalgebied gebezigd. Scheldwoorden als ‘slichte praai’ (vrij vertaald: onnozele prei), ‘glasoal’ (letterlijk: glasaal, figuurlijk: bleekneus) en ‘gaanzegat’ (ganzenkont/ slome dame) komen regionaal voor.  

 

Behalve op woordniveau, kent het Gronings een aantal grammaticale punten waarop het verschilt van het Nederlands.

 

·        De werkwoordvolgorde is in het Gronings ‘groen’. Hoewel de taalkundige K. Ter Laan in de jaren 50 al sprak over het verlies ervan en uit recente onderzoeken blijkt [1] dat veel Groningssprekenden niet meer conform deze regel praten [ii] , hanteert het Gronings een zogenaamde ‘groene volgorde’ waar het gaat om de locatie van het zelfstandig werkwoord en het hulpwerkwoord.

 

Uitleg hierbij en een voorbeeldje om dit te illustreren: de volgende bijzinnen zijn in het Nederlands beide correct:

-“…omdat Wia Buze in 2015 werd geridderd.”

-“…omdat Wia Buze in 2015 geridderd werd.”

In de eerste voorbeeldzin staat het voltooid deelwoord achter de persoonsvorm. Deze volgorde wordt ook wel de ‘rode volgorde’ genoemd. In het Hollands wordt deze volgorde vaker gebruikt dan de andere, hoewel beide varianten correct zijn.

 

De tweede voorbeeldzin heeft het voltooid deelwoord voor de persoonsvorm staan. De bepalende handeling komt dus eerst. Dat heet de groene volgorde en is van oudsher, en volgens puristen ook nu nog, voor Groningers de enige juiste.

 

·        In de tegenwoordige tijd zijn werkwoordvervoegingen in het Gronings niet zo lineair als in het Nederlands, met name bij de o-klank en de ie-klank. (ik blief, doe blifst, wie blieven/ ik loop, hai lopt, wie lopen/ ik koop, zai kòcht, wie kopen).

 

·        Niet alle werkwoorden die in het Nederlands regelmatig zijn, zijn dat in het Gronings ook. Een werkwoord als ‘maken’ bijvoorbeeld, kent als verleden tijdsvorm ‘maakten’. Het Groningse ‘moaken’ kent echter als verleden tijdsvorm naast ‘moakten’ in het westen van de provincie, in het noorden ‘mouken’ en in het oosten ‘muiken’ en ‘maiken’. [iii]

 

·        Andersom is niet ieder werkwoord dat in het Nederlands onregelmatig is, in het Gronings regelmatig. ‘Haalden’ kent in het westen van ons taalgebied een vertaling ‘hoalde’, maar in het oosten is het ‘huil’ en in het noorden ‘hil’.  

 

·        Voltooide deelwoorden beginnen in het Nederlands vaak met het voorvoegsel ‘ge-’: ‘gelopen’, ‘gedroomd’ en ‘gewacht’. De Groningse vertalingen van deze voltooide deelwoorden hebben deze voorvoegsel bijna nooit: ‘lopen’, ‘dreumd’ en ‘wacht’.

 

In het Nederlands bestaan ook infinitieven die aanvangen met het voorvoegsel ‘ge-‘: ‘geloven’, ‘gedenken’ en ‘gelasten’. De voltooide deelwoordvorm daarvan behoudt in de praktijk dat voorvoegsel: ‘geloofd’, ‘gedacht’ en ‘gelast’.

Bij Groningse voltooide deelwoorden waarvan de infinitief eveneens al met dat voorvoegsel ‘ge-‘ aanvangt, zien we dat voorvoegsel in veel gevallen eveneens terug in het voltooid deelwoord: ‘genezen’ blijft ‘genezen’ en ‘genieten’ wordt ‘genoten’. Er zijn hierbij uitzonderingen. Het Nederlandse ‘geloven’ wordt bijvoorbeeld naar het Gronings vertaald als ‘geloven’ en als ‘geleuven’, maar ook als ‘loven’ en ‘leuven’. De eerste vorm heeft ‘geleufd’ als voltooid deelwoord, de tweede ‘leufd’.  

 

Werkwoorden waarvan de infinitief met het voorvoegsel ‘ver-‘ aanvangen, krijgen in de voltooide vorm in het Nederlands niet nog dat extra prefix ‘ge-‘: ‘vertellen’ heeft als voltooid deelwoord ‘verteld’, ‘verbloemen’ krijgt ‘verbloemd’. In het Gronings loopt dat synchroon: ‘verhoesd’, ‘verrekt’, ‘verkontjed’.

 

Zodra voltooide deelwoorden als bijvoeglijke naamwoorden worden gebruikt, zoals in het Nederlands ‘de gelopen afstand’ en ‘het gelezen boek’ blijft in het Gronings het voorvoegsel ‘ge-‘ van oudsher wel gerealiseerd. In de praktijk is dit verschijnsel echter op z`n retour, in het voordeel van de deletie: ‘de gemoakte raais’ en ‘de gereden meters’ komen voor, maar ‘de leden wiendschoade’, ’t zoagde klampke’ en ’n sneden stoet’ ook.

 

·        De kofschipregel, die leert hoe onregelmatige werkwoorden in de verleden tijd gespeld worden, is ook van toepassing op het Gronings.

 

 






[i] ‘Hogelandster waarkwoorden’ (Schoonhoven & Bergman)

[ii] Uit het grootschalige onderzoek ‘Vroag & Antwoord’ dat BGTC uitvoerde blijkt dat, onder meer (Reker, Brontsema, Nienhuis)

[iii] Zakwoordenboek van Reker


Share by: