t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



Longern

  • By Ingeborg
  • 31 Aug, 2016

Dit is een ondertitel voor uw nieuwe post

“Hai loert aal op mien hardbroodje. Hailtied dat gelonger: droet, doe!” Bij ons thuis had de hond een luizenleven, maar er waren grenzen. Net de inhoud van een volle voerbak - een met veel liefde bereide melange van reclamegehakt en liflafjes - achter de knopen en dan alweer schooien bij Mens, dat was genoeg reden om het beest even een frisse hondenneus te laten halen in de tuin. Naar goed regionaal gebruik werd ze daarbij overigens aangeduid met ‘hai’ en ‘hom’ (m/v).

De Britten kennen 'longing', de Nederlanders 'lonken'. Ter Laan geeft als betekenis van ‘longern’, ‘verlangend wachten, vooral op eten en drinken’. Op een schooiende hond is dat dus zeker van toepassing. Ongeacht de recentelijk verorberde porties eten: je weet maar nooit wanneer je weer iets krijgt. Schooien en schranzen is derhalve het devies.

‘Longern’ is de meeste mensen ook niet vreemd. Wanneer mijn zus en ik vroeger mee waren ‘de stad in’, betekende dat nagenoeg altijd dat we nieuwe kleren kregen. Het liefst vlak voor de kinderbijslag aan, want anders liep het storm in de kinderconfectiezaken. Na welgeteld een halve minuut winkelplezier was ik het zat en ging dan irritantekotergedrag vertonen. Gelukkig waren er LEGOtafels om de verveling tegen te gaan en pinnig winkelpersoneel om je bij de lurven te grijpen zodra je in een schoenenrek wilde klauteren.

Voor mijn moeder moet het winkelen in die tijd een weinig ontspannende bezigheid geweest zijn. We hadden dan ook de traditie in de V&D te gaan splitsen. Na een paar roltrappen (altijd oppassen dat er geen veter loszat, want daar circuleerden de vreselijkste verhalen over op de basisschool) te hebben overwonnen, kwamen we bij de speelgoedafdeling. Mijn moeder zette mij en mijn zus af bij het roze compartiment van deze gewijde plaats, overlegde even met de dienstdoende kassière over oogjes in de zeilen houden en vertrok voor korte tijd naar een andere afdeling voor het efficiëntere shopwerk.

En dan, staande voor een wandhoog schap dat louter gevuld was met de plastic poppen van Mattel, kon het longern beginnen. Barbie. Blond, hoogbenig, sardonisch grijnzend, niet bijzonder pienter ogend en vermoedelijk vervaardigd door onze leeftijdsgenoten in lagelonenlanden. Op ons oefende ze een krankzinnige aantrekkingskracht uit met haar Zonnatura-lachende vriendje Ken, zusje Skipper, haar auto`s, huizen, paarden en rolpatroonbevestigende accessoires. Alles aan Barbie was van plastic. Het marmottenhuis dat mijn vader op de kop getikt had en dat mijn moeder middels een wekenlang project in de kinderluwe avonduren verknutseld had tot een poppenhuis dat qua kleurschikking, behang, vloerbedekking en gordijntjes een exacte replica vormde van mijn eigen kamer was origineel, duurzaam en prachtig. Desalniettemin was het glimmende roze van Barbies fantasieloze formuleflat onweerstaanbaar.

Viel ik na vijf minuten in een schoenenzaak al bijna in slaap van de bedwelmende geur van echt leder en zweetvoet, tijdens een bezoek aan de speelgoedafdeling van de V&D versnelde de tijd. Veel te vlug kwam mijn moeder ons weer ophalen, leurend met tassen vol sokken, douchefris en ander noodzakelijks. Ze bedankte de oplettende ‘doza’ (donderdag-zaterdaghulp) en wij konden weer terug naar de parkeergarage.

Over het sluiten van de V&D is alles al gezegd. Bij wijze van nostalgische terugblik ben ik eind maart nog even naar binnen geglipt. Het leek in niets meer op de winkel waar ik laatst nog een bloesje en een flesje water haalde. Waren de plafonds altijd al zo laag, de wanden zo wit en het TL-licht zo unheimisch? Bildung binnen de V&D: van longern was geen sprake meer.


Share by: