t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



RIKRAK

  • By Ingeborg
  • 22 Dec, 2016

Over klinkklankwoorden, klankherhalingen & reduplicatiewoorden


Mensen houden van woorden of woordcombinaties met een herhaling erin. In het Afrikaans wordt gezegd, wanneer er haast geboden is: ‘Kom ons gaan zo vinnig stap-stap.’ Niet gewoon stappen dus, maar extra sterk aangezet door die woordherhaling. Als studenten het hebben over ‘thuisthuis’ dan bedoelen ze niet hun studentenkot in de stad waar ze studeren, maar het huis van hun ouders of verzorgers. En als je wilt aangeven dat iemand niet zomaar een meisje is, maar ‘een echt meisje-meisje’, dan wordt er een meisje bedoeld dat er alleszins blijk van geeft geen angst te hebben voor nagellak, glitters, tulerokjes en pastelkleuren.

Dat mensen dol op zulke klank- of woordherhalingen zijn, leren we al door te luisteren naar kinderen. Niet zelden is mama of papa hun eerst geuite woord. Hier in huis veranderde een thermometer in een tetebete en de hond werd een oefoef.

Het Nederlands kent verschillende woordcombinaties met daarin een herhaling die alleen in de klinker verschilt: triptrap, mikmak en dingdong, bijvoorbeeld. Deze woorden behoren tot de iets simplistisch genaamde categorie van de ‘bijna-reduplicatiewoorden’. Waar de reduplicatiewoorden juweeltjes als chacha, froufrou, samsam, gadogado (niet het vroegere busbedrijf keer twee…), tumtum en bonbon bevatten, bestaan de bijna-reduplicatiewoorden ook uit twee keer hetzelfde stukje, maar dan met één letter verschil.

Dit is het geval bij het Nederlandse rambam en het Groningse trallemallen, maar deze keer wil ik graag de nadruk leggen op de klinkerverandering. Er is hierbij geen sprake van rijm, zoals bij hapsnap, maar wel van ritme. Woordcombinaties met een herhaling die alleen in de klinker verschillen zijn verder bijvoorbeeld tiptop, ping-pong, rimram, klipklap, triptrap, mikmak en bimbam. Het Gronings kent in dezen ook nog dikdakken, rikrak, stimpstamp, koeskas en hikhakken.

Zulke ‘klinkklankwoorden’ zijn vaak onomatopeeën; oftewel klanknabootsende woorden. Toch hoor je een klok feitelijk niet de klankcombinatie tiktak of bimbam voortbrengen en een dravend paard niet klipklap. Waarom bootst men dit geluid dan niet na als klipklip, zoals bij blingbling wel een volledige herhaling mogelijk is?

Dat heeft te maken met hoe wij onze mond bewegen bij het uitspreken van zulke klinkers. Ons klankapparaat blijk het prettig te vinden om eerst een klank te bezigen die achterin de keel wordt gerealiseerd en om dan voorin te eindigen. De i wordt veel verder achter in de mond gemaakt dan de a.
Bij eigennamen gaat dat niet op. Dirk-Jan komt weliswaar voor, maar Jan-Dirk ook, net als Marik en Yannik.

Illustratie: Dirk-Jan mit pazzipant en bimbam (Mark Retera)


Share by: