t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



Wie is geern?

  • By Ingeborg
  • 31 Aug, 2016

Dit is een ondertitel voor uw nieuwe post

Aardappeltelers stoppen knollen in de grond, wachten in de zomer soezend in een hangmatje terwijl het gewas groeit, rooien in september de nieuwe aardappels, verkopen het leeuwendeel van de oogst en hebben de rest van de winter vrije tijd. Zo simplistisch was mijn voorstelling van het vak niet helemaal, maar iets gechargeerd had ik niet verwacht dat akkerbouwers het permanent druk zouden hebben.

Nu ik samenleef met een akkerbouwer weet ik wel beter. Wie in deze tijd nog agrariër durft te zijn - tegen de stroom van Europese regelgeving en vooroordelen in - is een avontuurlijke pionier die ‘pokkeln’1 niet schuwt. Bestrijdingsmiddelen, materiaalpech, administratie, Den Haag, het weer, schimmels, virussen, het weer, Brussel, een beledigde president die een embargo oplegt, resistentie, een bewaringssysteem waarin de luchtvochtigheid en temperatuur exact zo en niet anders moeten zijn en vooral weer het weer zorgen onder (veel) meer voor obstakels op de weg van de hedendaagse akkerbouwer. Kortom: thuisgenoot heeft een dynamisch beroep en is veel ‘achter’.

In dit jaargetijde gaat de handelswaar op transport en het transport wordt verzorgd door mensen uit vele Europese contreien. Dat leidt tot interessante linguïstische observaties. Alle talen en tongvallen die Nederland rijk is, komen voorbij aan de koffietafel. Ze hebben één overeenkomst: thuisgenoot spreekt ze allemaal, of redt zich aardig met een pastiche.

Hij vertelde over een Groningse vrachtwagenchauffeur die in gesprek was met een trucker uit het Westland. Het amicale gesprek betrof vrijetijdsbesteding. Anders dan wellicht verwacht, was de spreektijd goed verdeeld. Ondanks de liefhebberijen buiten het werk om, was het op de vrachtauto echter goed uit te houden. “Ik maag dit waark haile geern2 doun.”3 , besloot de Groninger. Daarop frommelde hij zijn papieren koffiebekertje ineen, stond op met de woorden: “Noah, wie zellen nog eefkes wat doun veur de kost.”, groette de achterblijvers en beende op zijn Zweedse klompen naar zijn Scania.

“Zo`n mooi taaltje vind ik dat joh, dat Gronings!” Zei de andere trucker. “En goed begrijpen kun je het ook. Maar één ding is me niet duidelijk: wie is toch die Geern waarover hij het telkens had?”

1 ‘pokkeln’ betekent zoiets als zwoegen/ keihard aanpoten
2 Duitsers kennen nog steeds ‘gern’, maar in het Nederlands is ‘gaarne’ wat in onbruik geraakt. De stam gaat ver terug, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het in de dertiende eeuw opgetekende dierverhaal ‘Van den vos Reynaerde’, waarin die sluwe jakhals uit de titel een affaire heeft met de vrouw van de zurige wolf Isengrijn. Spottend noemt Reynaert haar ‘Ogerne’, wat kan terugslaan op de kreet die zij uitslaat zodra hij haar het hof maakt. De e uit onze ‘geern’ (dat de Vlamingen overigens ook bezigen) behoeft geen verbazing te wekken, daar ‘gaarne’ verwant is aan ‘begeren’.
3 “Dit werk vind ik prettig om te doen”


Share by: