t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



 Introductie

Mijn naam is Ingeborg Nienhuis en ik ben onder meer docent Nederlands. Ruim tien jaar heb ik met plezier lesgegeven in het eerstegraadsgebied van het voortgezet onderwijs, aan leerlingen van het leukste lyceum van het Hogeland. In deze periode heb ik veel lesmateriaal mogen ontwikkelen en meegewerkt aan nieuwe methodes. Daarover heb ik workshops gegeven namens APS. Tegenwoordig geef ik les aan leerlingen van het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen.

Tekstbureau Ingetekstueel richtte ik op in het laatste jaar van mijn studie, toen ik veel afstudeerscripties en websites redigeerde en bedacht dat ik daar een deel van mijn inkomsten uit zou kunnen genereren. Columns schreef ik in die tijd al voor de Groningse Universiteitskrant en na mijn afstuderen ben ik blijven publiceren in verschillende media. Nog steeds krijg ik regelmatig aanbiedingen om teksten te schrijven of te controleren.

Daarnaast heb ik veel aandacht besteed aan mijn moedertaal; het Gronings. Ik schrijf en dicht in de streektaal, deed er onderzoek naar en studeerde erop af. Daarmee was ik één van de weinigen, want aan het Groning wordt helaas maar heel weinig wetenschappelijke aandacht besteed. In 2016 mocht ik het Gronings onderzoeken aan en uitdragen namens het Bureau Groninger Taal en Cultuur van de Rijksuniversiteit Groningen. Gedurende die periode heb ik ervaring mogen opdoen met moderne onderzoekstechnieken, veel geschreven over en in de streektaal en een vaste radiorubriek ingevuld voor RTV Noord. Een aantal van de onderzoeksblogs en artikelen uit die tijd zijn ook op deze website gepubliceerd. Nog steeds verzorg ik lezingen en geef ik cursussen Gronings.

Begin 2017 verscheen het boekje Tien! met onderzoeksresultaten en blogs. Dit boekje maakte ik samen met Abel Darwinkel van t Huus van de Taol in Drenthe. Eind augustus 2017 verscheen het boek De Groningin, vanuit een en over het Groninger Paard.
By Ingeborg 08 Dec, 2017
Beusum (of Bewsum, variaties als deze zijn dikwijls toe te schrijven aan het effect van de vroegere zetletters) bij het huidige Vierhuizen werd voor het eerst genoemd in geschriften daterend uit 1417. Onduidelijk is of in dat geval het gehucht, één van de twee heerden, de boerderij of de borg werd bedoeld. Dat die borg er in ieder geval in de zestiende eeuw stond is bekend. De borg was toen eigendom van een telg van de familie Panser, die Spaansgezind was en zijn anti-orangistische daden met de dood moest bekopen. Toen de borg aan het einde van de 17e eeuw verkocht werd aan de baron die ook de Asingaborg van Ulrum in zijn bezit had, bleek het de baron louter om de heerlijke rechten te gaan en binnen de kortste keren werd borg Beusum gesloopt.


Of dit tragische einde van de borg ongeluk bracht is onbekend, wel is duidelijk dat veel bewoners van het vroegere gehucht getroffen werden door rampspoed. Ook wordt er gefluisterd dat het op de bijbehorende boerderij, waarvan de voorganger gebouwd was op de nabijgelegen wierde, danig spookte. Vroeger zag het er bleek van de witte wieven, die van de kwelders op het buitendijks gelegen Uitland kwamen. Een vroegere boerin kwam nog geregeld in haar nachtgewaad door het gevelvenster de kamer van het voorhuis binnen, aldus het hardnekkige gerucht.

Tijdens geen van mijn ommetjes heb ik haar tot dusver opgemerkt, maar wie weet kan iemand haar verschijning ontwaren op deze foto? ;)

Verantwoording:
Buursma, Albert: Kerkepadwandeling Zoutkamp-Vierhuizen
Broek, Nina van der (2016): Boerderijen in De Marne

By Ingeborg 22 Nov, 2017

Een geestige huisvriend met een goed gevoel voor timing bezigde lange tijd Groningismen als vernederlandst uitgesproken stopwoordjes. Vertelde iemand op een feestje verontwaardigd over een schandalige verkeerssituatie, dan kon hij de serieuze sfeer doorbreken door semi-verongelijkt uit te roepen: "Maar dat is al-der-naarst!" en had ineens niemand nog de gedachten bij dat onlogisch vormgegeven kruispunt of de misplaatste betonblokken in het slaapdorpje waarnaar het gesprek jammerlijk was afgegleden.

Dit procedé is, mits komisch uitgevoerd, vermakelijk en niet nieuw. Tal van cabaretiers bogen op deze techniek. Sketches tijdens streektaalavonden bevatten geregeld expres gekunsteld, want met streektaal doorspekt 'Nederlands'. Vaak zijn de typetjes die tijdens Bonte Avond, Rosenmontag of op de radio (bijvoorbeeld Meta & Greta van Radio Noord, de kijvende dames die weinig van doen hadden met een meet & greet) worden opgevoerd vrouwen, gestalte gegeven door mannen.

Vanwege het bagatelliserende karakter van dit zogenaamde vrouwengekwaak zou het eenvoudig zijn om ook dit verschijnsel te duiden als excessen van misogyne geesten. Toch lijkt dat te makkelijk geredeneerd: vrouwen zijn bij uitspraakveranderingen namelijk daadwerkelijk vaak de trendsetters. In zijn onderzoeken naar het Poldernederlands constateerde taalkundige Jan Stroop bijvoorbeeld in de jaren negentig dat het vooral jonge vrouwen waren die de Nederlandse diftongen ineens vereenvoudigd uitspraken. Zo valt het eveneens op dat uit migrerende gezinnen de zonen langer vasthouden aan de tongval van de thuisstreek dan de dochters.

Een vrouw die eens vol vuur verkondigde geen dialect te spreken in het bijzijn van haar kinderen, maar ‘gewoon ABN’ hoorde ik in één adem door aan iemand vragen: “Jai heb ja langere arms as ik, wil jai je arms daar eem omtoe doen?” Het is geen wonder waar persiflages hun oorsprong vinden: alsof Hadewych Minis het uitspreekt in haar rol van Liesbeth in Hollands Hoop.

Populair om haar hoogdravend bedoelde, doch dikwijls door het Gronings gevelde Nederlands was Fenna Slapsma-Tiessens, van wie de pedante pennenvruchten zelfs gebundeld zijn. Veel lezers genoten van haar bijzondere manier van schrijven. Jo Rietema van het Maandblad Groningen was de geestelijk vader van deze hilarische creatie.

Gelukkig is er in onze tijd eveneens een helder licht opgegaan waarvan we hopen dat het schijnsel enigszins op ons afkaatst: Diana Boerhaave, hartsvriendin van Alie en eigenaar van hondje Lady, schrijft doorwrochte haiku's die ze vormgeeft op nostalgische prentjes. Lees en verkneukel ‘uzelf’ ;) https://www.facebook.com/dianaboerhaave/

Meer hierover:
Poldernederlands; waardoor het ABN verdwijnt, Jan Stroop (1998, Bert Bakker)
Prachtige woorden, allernoast en rizzen, Siemon Reker (2013, RTV Noord)
Bloemkes uit myn dagboek, Fenna Slapsma-Tiessens

By Ingeborg 07 Nov, 2017
Toen Nane van der Molen afgelopen voorjaar aantrad als voorzitter van Stichting t Grunneger Bouk sprak hij het voornemen uit om meer Groningstalige literatuur op de markt te brengen.

Momenteel lijkt het inderdaad goed te gaan met Groningstalige schrijverij, dus in die zin wordt het voornemen al gerealiseerd.

Onlangs werd een nieuwe roman van Jan de Jong in de markt gezet: ‘Stilte van Wind’ (Stichting t Grunneger Bouk). Zuidhorn was afgelopen weekend de literaire “stee om te wezen”: vrijdag werd er een dichtbundel van Willem Tjebbe Oostenbrink gelanceerd, ‘Zolt en Stof’ (uitgeverij Vliedorp) en zaterdag was er de presentatie van het Bijbels dagboek ‘Dag en Deur II’, geïnitieerd door de Liudger Stichting en uitgegeven door Profiel.  

Afgelopen zomer werd er een stripalbum van ‘Single’ vertaald naar het Gronings door Jan Glas en ook zijn er vastomlijnde plannen om de populaire columns van een verhalenverteller in het Gronings uit te brengen. Korte verhalen uit mijn boek ‘De Groningin’ verschijnen in het Gronings in het tijdschrift ‘Toal en Taiken’.  

Komend weekend is het de beurt aan dominee Klaas Pieterman om een verhalenbundel te presenteren: een boek met Groningse Sinterklaasverhalen. Een uitgave om naar uit te zien, zeker gezien de summiere oogsten aan Groningstalige kinderverhalen van de afgelopen jaren. Dit feestje vindt plaats in het kerkje van Vierhuizen en ik heb de eer het eerste exemplaar in ontvangst te nemen!

http://www.webloug.nl/biebels-dagbouk-2018-dag-deur-in-dagblad-van-het-noorden/

By Ingeborg 15 Oct, 2017
Berichten over Frankrijk en Duitsland kwamen ons al wel ter ore, maar nog niet eerder zette onze Groningin hoef aan wal aan de andere kant van de Atlantische Oceaan! Momenteel reist ze door Canada, ´╗┐gechaperonneerd door de familie Kramer.

De afgelopen anderhalve maand zijn er ettelijke boekjes verkocht met vijftien avonturen verspreid door de provincie Groningen en een historisch overzicht van het Groninger Paard. Op 14 locaties in de provincie is De Groningin verkrijgbaar voor een tientje. Wilt u het laten toezenden? Ook dat is mogelijk. Mail in dat geval uw gegevens naar Ingetekstueel@hotmail.com
By Ingeborg 15 Oct, 2017

Mijn vierdeklassers heb ik onlangs een leesautobiografie laten schrijven; hun leesgeschiedenis, compleet met favoriete verhalen en boeken(reeksen). Dit is een fraaie nulmeting voordat ze gaan lezen voor het literatuurdossier. Wat bij het lezen van zulke leesbrieven iedere keer opvalt, is welke indruk sprookjes en volksverhalen achterlaten bij jonge luisteraars – en latere lezers. Zelf kan ik me de fascinatie voor sprookjes, fabels en volksverhalen nog goed herinneren. Dat is ook niet zo gek, want Groningen barst van de volksverhalen. Aagt van Ainrom die naakt door de kerk moet om haar eigen land te verdienen; Stommelsteert, ofwel de borries van Rottum die als hellehond mensen de stuipen op het lijf jaagt en vooral veel sprookverhalen over zeemeerminnen en andere boosaardig verleidelijke vrouwen – die ingebedde misogynie zit diep –; er is genoeg te lezen uit de eigen streek voor een Groninger volksverhaalliefhebber.    

 

Tot mijn geluk werd er tijdens mijn studietijd een bijvak aangeboden dat Orale Literatuur heette en gegeven werd door Jurjen van der Kooi – het woord ‘kenner’ is in dezen een schandelijk understatement. Ieder college regende het gruwelijke sagen, smakelijke broodje aap-verhalen en Freudiaanse betekenissen van ogenschijnlijk onschuldige sprookjes. De vertellingen werden ons door de begeesterde docent om de oren geslingerd op de vroege maandagochtend. Van sommige vakken is het jammer dat de bijbehorende colleges maar een periode lopen. Gelukkig was de aanschaf van Van der Koois in 2003 verschenen boek Van Janmaanje en Keudeldoemke verplichte kost en viel er  ook na het afsluiten van het bijvak nog één en ander te ontdekken. Over Groningse volksverhalen heb ik daardoor in de loop der jaren aardig wat lesmateriaal gemaakt.

 

Dit jaar vaart het oudste binnenschip van de provincie, De Familietrouw van het Veenkoloniaal Museum, door de provincie om een grimmige potpourri van Groningse volksverhalen aan wal te brengen. ‘Spinbarg’ heet dit project en het herbergt een ruim vol naargeestige verhalen die mondeling werden overgeleverd om vat te kunnen krijgen op tot dan toe onverklaarbare zaken; om uiting te geven aan (bij)geloof of om mensen te kunnen bedotten, dan wel beknotten. Sommige gruwelverhalen hebben pijnlijk veel historische waarde. De achttiende-eeuwse massamoordenaar Mepske van ’t Faan ontbreekt dan ook niet in de verzameling vertellingen. Het project Spinbarg ontleent haar naam aan de Groningse equivalent van Arachne, die draden spon – in het Groningse geval `s avonds laat, om jonge mannen in te vangen (daar hebben we meteen al zo`n verdorven vrouw ­čśë ). Kunstenaars lieten hun creativiteit los op de verhalen en dat resulteerde in een schip vol indrukken. Op de laatste dag van de Kinderboekenweek, met het thema Gruwelijk eng!, bezocht ik De Familietrouw en maakte kennis met zowel een aantal vriendelijke kunstenaressen als met de schatten aan boord.

 

Spinbarg werkt als een raamvertelling. Onze Groninger Rutger Hauer, Theo de Groot, treedt naar voren als verhalenverteller die de verhalen inleidt en van historische omlijsting voorziet. Mij herinnerde dit aan Grim Tales van de BBC, waarin Rik Mayall – in kamerjas en gezeten in een wandelende fauteuil – de sprookjes van Grimm inleidde. Als bezoeker schuif je langs een aantal interactieve tableaus. Onheilspellende wezens; beproefde duivelsaanbidders; tragische liefdesgeschiedenissen en vooral veel erbarmelijke zielen worden besproken en bezongen. De kracht van de vertellingen huist in de verscheidenheid in vormgeving. illustratoren hebben allemaal hun eigen handtekening, de bijbehorende geluiden en stemmen verschillen sterk van elkaar, de toon is dan weer bloedserieus en dan weer luchtig en de ene keer is er sprake van een verteld verhaal, dan weer van een opus en tot slot is er het muziekstuk dat Arnold Veeman componeerde voor Spinbarg. Zijn muzikale vertaling De Dollard, de watersnood die een berucht laconieke dijkgraaf veroorzaakte, doet denken aan Paul Dukas’ stuk De Tovenaarsleerling , dat te horen is in de film Fantasia . Het wassende water heeft ook in Veemans compositie een duidelijke stem gekregen en is daarmee schrijnend actueel in het jaar waarin we de Kerstvloed van 1717 herdenken.    

 

Scholieren van het Noorderpoort College gaven gestalte aan een sage bij de Ennemaborg en Henk Scholte verleende met zijn warme stemgeluid medewerking aan dit tableau. Voor de nimmer wakende dialectpolitie: dat brengt het aantal Groningstalig verwoorde tableaus op twee. De keuze is uiterst plausibel, al roept het in het geval van de vertelling over de onschuldige Protestantse voortrekker Griet Koenes uit Munnekezijl een vraag op. Verteller De Groot leidt dit verhaal in met de aankondiging dat Griet de eerste uit de wijde omtrek was die godsdienstige liederen zong in haar eigen taal, in plaats van in het door de dan nog enige kerk repressief toegepaste Latijn. Daarop volgt een prachtig gezang van Hester Le Grand in het Nederlands, waarvan je je kunt afvragen of dat de ‘eigen taal’ was van een Munnekezijlster uit de zestiende eeuw. Marlene Bakker verzorgt met Bernard Gepken in iedere haven waar het schip aanmeert een speciaal optreden waarin de volksverhalen in het Gronings bezongen worden.    

 

Zo trok de Familietrouw de afgelopen tijd door onze provincie; als een vriendelijke Lorelei.


By Ingeborg 22 Sep, 2017

De vreugde die de nieuwe roman van Renate Dorrestein met zich meebracht werd overschaduwd door het tragische nieuws dat ermee gepaard ging: de schrijfster is ernstig ziek. In een gedetailleerd interview met De Volkskrant toonde Dorrestein zich nuchter, krachtig en wijs, precies zoals we van haar gewend zijn, en dat met een dosis introspectie die we bij veel politiek leiders jammerlijk moeten missen. Het verdict is onomwonden: één van Nederlands meest gelauwerde literaire schrijfsters heeft slokdarmkanker en ziet af van medische ingrepen.


Gegrepen door het lot van deze oersterke vrouw, realiseerde ik mij dat ik extra moest genieten van het lezen van wat misschien wel haar laatste roman zal zijn. Zodra de vertellende hoofdpersoon van Reddende Engel in het begin van het verhaal echter met een auto zonder brandstof en in het stikdonker de weg kwijtraakt op een Limburgse heuvel in een met vooruitwijzingen doorspekt stuk -  gedachten over verdwalen in verraderlijke mergelgrotten en legendes over bokkenrijders komen bijvoorbeeld langs – en een verkeerde afslag neemt om daarna in razend tempo naar beneden te storten en te belanden op het erf van een aftandse, spookachtige boerderij, weet je als lezer genoeg: je wordt in volle vaart meegesleurd in een echte Dorrestein en je zit er al middenin.


En een ‘echte’ Dorrestein, dat is het. Sinds haar romandebuut in 1983 was de schrijfster zeer productief, maar een aantal jaren geleden viel haar creativiteit ten prooi aan een tartend writer`s block. Hierover schreef zij De Blokkade (2013). Met haar stadsschrijverschap van Almere kwam het idee voor Weerwater (2015). Met deze roman, die we volgens Dorrestein geen dystopische mogen noemen maar daar dan toch sterk op lijkt, verwerkte ze kwellingen uit het verleden en keerde ze terug op haar troon als gevierd verteller met een stijl om van te watertanden. In het interview in De Volkskrant vertelt ze na Zeven Soorten Honger (2016) terug te willen keren naar het genre waarmee ze groot geworden is en waarop ze binnen de Nederlandse letteren het patent lijkt te hebben: dat van de gothic novel. Alles in Reddende Engel ademt die sfeer.


Hoofdpersoon Sabine is een veertiger die door haar man plotseling aan de kant geschoven wordt voor een ‘jonge Bambi’. Om haar verdrietige en kapotgehuilde hoofd een verzetje te gunnen, gaat Sabine onvoorbereid rondtoeren door Limburg. Het is haar werk om op landelijke locaties monumentaal erfgoed om te toveren tot Bed & Breakfasts en eenmaal haar schrik te boven ziet zij in haar stormachtige entree op het boerenerf een kans.


Zeer onwelkom blijkt zij en als een lichaamsvreemde stof wordt Sabine met enige vijandigheid uit het bijna organisch geworden familiebastion gedwongen. De omstandigheden beslissen echter anders en zo wordt Sabine door twee zusjes, Madeleine en Livia, onderdak verschaft in de verpauperde boerenplaats genaamd Oldenhage – de klankovereenkomst met ‘onbehagen’ lijkt geen toeval. Als Lockwood in the Wuthering Heights brengt zij de nacht door in de kamer van een inmiddels overleden vrouw – een ideale setting voor een gothic novel. Net als Lockwood beziet Sabine de zaken van buitenaf en wil ze zich de daaropvolgende dagen met flarden, hele leugens en halve waarheden een beeld zien te vormen van wat er zich aan schrijnende toestanden heeft afgespeeld op dat boerenerf.


In de plattelandsgemeenschap heerste een oude hiërarchie die nog sterk nawerkt. De aan de grond geraakte, oude landadel probeert zich in deze streek hoog te houden met status en naam, maar doet meelijwekkend aan als de gedegenereerde Metsiers van Hugo Claus. Maman, de hardvochtige, 96-jarige mater familias van Oldenhage, heeft zich niet omhoog getrouwd met een echte Gilissen om zich in te laten met zogenoemde kinkels. Reconstruerend komt Sabine erachter dat toen de stadse Alicia een aantal jaren eerder de opkamer – voel de dubbele lading – betrok als inwonende huishoudster, dit bij maman onmogelijk goed kan zijn gevallen, zeker toen bleek dat Alicia er andere zedelijke mores op na hield. Het dubbelgangersmotief duikt op: wordt Sabine na haar neergang van de heuveltop gezien als een nieuwe Alicia? Dat is niet te hopen, gezien de gevallen engel-verhaallijn rond de stadse blondine. Reden voor het disfunctionele gezin Gilissen om een rookgordijn op te trekken. Voor de woedende dorpsgenoten verworden zij tot verschoppelingen. De twee meisjes, hun vader en hun stokoude grootmoeder volharden in een ongemakkelijke status quo die voor niemand in het gezin goed lijkt uit te werken – behalve hooguit voor maman. Volgens haar moet je dieren geen namen geven, omdat je je dan aan hen gaat hechten. Binnenshuis is zij al jaren van haar ware naam ontdaan, maar daarbuiten kent men haar nog altijd als Adelheid.

“Adelheid vond haar niet alleen een sloerie, maar ook een golddigger. Zo iemand die zich via het bed omhoogwerkt, weet je wel. Adelheid zag haar al aan de haal gaan met Oldenhage. Zo`n beetje zoals zij het destijds zelf had aangepakt. Misschien deed Alicia haar wel te veel aan zichzelf denken. Daar zat ze niet op te wachten.”

Dat Alicia Adelheid aan zichzelf deed denken is niet zo vreemd in dit boek dat bol staat van de symboliek. Alle vrouwelijke hoofdpersonen hebben heiligennamen: Sabine, Madeleine, (O)livia, Adelheid en… Alicia is een variant van Adelheid. De titel Reddende Engel is eerder onheilspellend dan voorspelbaar ondubbelzinnig en als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet door de nukken en zachtaardigheden van de betreurenswaardige zusters Gilissen.


Meelezend met Sabine observeer je de loop der dingen, maar mis je nog meer. In haar hoofd is ze immers nog steeds bezig met pogingen haar trouweloze ex versteld te doen staan, al lijkt hij haar vooral te zien als ballast uit een vroeger leven. Dankzij korte passages waarin het perspectief bij andere personages ligt, kom je er als lezer toe telkens meer kennishiaten te dichten. Dorrestein bouwt op deze manier de spanning vakkundig op.  


In een aantal opzichten spiegelt dit laatste boek haar eerste roman Buitenstaanders . Ook daarin raakt een auto van het gebaande pad en belanden de inzittenden daardoor in een gemeenschap die hen vreemd is en waar ze niet zomaar weer weg zullen komen. Hechte, kibbelende zusjes; mysteries en geheimen binnen een gesloten gemeenschap; vrouwelijke aftakeling en het mannelijke onbegrip dat dit opwekt; verwaarlozen, verzorgen en verzorgd worden; bloedverwantschap; opofferingsgezindheid; verwerken en wegstoppen; kinderlijke wreedheid; kinderloosheid en het gemis van een moeder: het begon in Buitenstaanders en deze reeks motieven werd voortgezet in vele romans als Het Hemelse Gerecht; Zolang er Leven is; Het Duister dat ons Scheidt; Verborgen Gebreken; Mijn Zoon heeft een Seksleven en ik lees mijn Moeder Roodkapje voor en zo verder. Renate Dorrestein heeft geen recensies nodig om blijk te geven van haar meesterschap. Toch wil ik haar zo graag nog één keer laten voelen hoezeer ze wordt gewaardeerd in de letteren. Ingeborg Nienhuis  

 

Renate Dorrestein, Reddende Engel (2017). ISBN 978-90-5759-860-9, 253 pagina’s, €19,99. Amsterdam: Uitgeverij Podium .


By Ingeborg 29 Aug, 2017
Gisteren hebben we onder een heerlijk zomerzonnetje de Groninger Paarden mogen demonstreren in het Stadspark tijdens Groningens Ontzet, werd het eerste exemplaar van 'De Groningin' overhandigd aan politicus en paardenkenner Henk Bleker, mocht ik aanschuiven aan tafel in de studio van RTV Noord om erover te praten en was er `s avonds het Bommen Berend Boekenbal hier op het erf. Wat een Peerdespul!

En vanochtend... werd ik al een paar keer gebeld over bestellingen van het boekje. Wauw!!! Wie ook graag een exemplaar (voor slechts een tientje) wil bemachtigen kan een mailtje sturen naar ingetekstueel@hotmail.com

Nu ga ik een paar dozen boeken inladen en met de vlam in de pijp naar verschillende boekhandels in de provincie voor de distributie. Winschoten, Vlagtwedde, Uithuizen, Leens, Zuidhorn, Stad en vele anderen... Ik kom eraan!
By Ingeborg 29 Aug, 2017

Een aanleunwoning, Noord-Groningen


"k Heb oap zain." Even blijft het stil. "Wat hebt u gezien, mevrouw?" De oudere dame legt het uit. "Inainen is dokter t roeg ien de kop worden. Juffraauw, k heb joarenlaank bie dizze dokter touholden, mor nou wi'k nlaanger." Zij knikt.

"U wilt graag ingeschreven worden bij een andere huisartsenpraktijk, vertelde uw dochter. Kunt u aangeven wat daarvan de reden is?" De dame probeert het nog eens. "k Was aaltied best te bruken over dokter, mor sunt n moand of wat dragt er haile vrumde jaskes, gaait er noar disco maank t jonkvolk en komt er tegen mörgen weer thoes. Doen. En non het er zien hoar vaarfd. t Is gain kiek geliek! Dat, ik heb oap zain." "U hebt...?" "Ik heb oap zain."1 "Juist."

1 In het Nedersaksisch en het Fries kan een aap verwijzen naar een smak geld, maar in deze context wordt er een echte aap bedoeld. Als je spreekwoordelijk 'aap hebt gezien' ben je ergens sterk op afgeknapt. Aanduidingen met 'oap(e)' zijn zelden complimenteus. 'Oapegrond' is bijvoorbeeld slechte grond waarop niets wil groeien en in Ter Laan duikt 'oapeding' op als een waardeloos voorwerp.


By Ingeborg 12 Aug, 2017
Op 28 augustus wordt het Groninginneboek gepresenteerd! Prelude en ik hebben de eer op een passende locatie het eerste exemplaar van ons boek te overhandigen aan een Bekende Groninger. We zien ernaar uit en nadere informatie volgt zo spoedig mogelijk :)   Foto: Frank de Schutter
By Ingeborg 26 Jul, 2017

Een lang geleden van het toneel verdwenen moeder; een verwarde, stokoude vader die zichzelf het liefst uit het leven zou willen goochelen; een jonger zusje in haar ontluikende puberteit en een verlatingsangstige hond genaamd Leo: de zeventienjarige Bas Jan krijgt wat voor zijn kiezen. Veel last lijkt hij niet te hebben van deze ongebruikelijke thuissituatie. Nu hij met zijn heldere hoofd geslaagd is voor het gymnasium en zijn talenten wil verfijnen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, is het voor hem als plaatsvervangend pater familias echter niet eenvoudig om zich los te maken.

Wanneer hij auditie moet doen voor de toelatingscommissie voor de Academie, besluit hij zijn vader, zusje en hond dan ook maar mee te nemen. Die volksverhuizing dient een tweeledig doel, want vaders achterland ligt deels nabij Wassenaar en Bas Jan hoopt met behulp van een in Den Haag achtergebleven oom de hiaten in het verschrompelende vaderverstand te kunnen vullen. Eenvoudig is die onderneming niet, want vader is bang voor snelheid en ook Leo heeft zo zijn fobieën. Bas Jan bouwt - weinig vernuftig - een tandem met een aanhanger en fietst met dit reizende gezelschap van het oosten naar het westen.

Niet alleen voor wat betreft deze schets van een disfunctionele familie, maar ook gezien de stijl doet dit werk denken aan 'The Hotel New Hampshire' van John Irving. In dat boek eveneens volop drama en Bildung in een origineel literair werk en dat op geestige wijze verteld door een zoon in het verhaal.

De vader van Bas Jan was in vroegere tijden een groot goochelaar; het talent van zijn zoon is dat hij kan vallen als geen ander. De protagonist is gebaseerd op de in 1975 tijdens een vaartocht - die als doel had de Atlantische Oceaan over te steken - verdwenen artiest Bas Jan Ader, die het vallen tot een kunstvorm verhief. Zijn achtergrond is sterk gefictionaliseerd: Ader zelf was het kind van verzetsstrijders en predikanten uit het Groningse Winschoten. Diens fictieve pendant groeide op in het oosten van het land, waar ook de schrijver van de Valkunstenaar zijn jeugd doorbracht. De tijd waarin de Bas Jan in het boek leeft, lijkt daarmee in harmonie. Net als in de schoolgesitueerde boeken van Siebelink lijkt het verhaal zich verder in het verleden af te spelen en pas wanneer het eerste mobieltje in het verhaal opduikt merk je dat de begrijpelijk vroegwijze, iets ouwelijke hoofdpersoon zich in de 21e eeuw met zijn karavaan door het landschap beweegt.

 

Het bezoek aan Den Haag brengt antwoorden met zich mee en mogelijkheden om een jeugd af te sluiten. Peppelenbos creëert zo op toegankelijke wijze een hoofdpersoon die je ieder moment door je straat kunt zien fietsen – berekenend hoe hij het beste zijn landing kan inzetten. Wie bang was dat er nooit meer een Joe Speedboot-eske avonturenroman aan de canon zou worden toegevoegd kan gerust zijn: die is er bij dezen. De Valkunstenaar beschrijft een queeste waarin het contrast wordt gezocht tussen geregisseerd en abusievelijk vallen; de bijsmaak van Gauloises en de textuur van een piercing; van vasthouden aan familieverantwoordelijkheden en het loslaten ten behoeve van een nieuwe start.


Ingeborg Nienhuis

More Posts
t Greunenkriek is voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).

By Ingeborg 08 Dec, 2017
Beusum (of Bewsum, variaties als deze zijn dikwijls toe te schrijven aan het effect van de vroegere zetletters) bij het huidige Vierhuizen werd voor het eerst genoemd in geschriften daterend uit 1417. Onduidelijk is of in dat geval het gehucht, één van de twee heerden, de boerderij of de borg werd bedoeld. Dat die borg er in ieder geval in de zestiende eeuw stond is bekend. De borg was toen eigendom van een telg van de familie Panser, die Spaansgezind was en zijn anti-orangistische daden met de dood moest bekopen. Toen de borg aan het einde van de 17e eeuw verkocht werd aan de baron die ook de Asingaborg van Ulrum in zijn bezit had, bleek het de baron louter om de heerlijke rechten te gaan en binnen de kortste keren werd borg Beusum gesloopt.


Of dit tragische einde van de borg ongeluk bracht is onbekend, wel is duidelijk dat veel bewoners van het vroegere gehucht getroffen werden door rampspoed. Ook wordt er gefluisterd dat het op de bijbehorende boerderij, waarvan de voorganger gebouwd was op de nabijgelegen wierde, danig spookte. Vroeger zag het er bleek van de witte wieven, die van de kwelders op het buitendijks gelegen Uitland kwamen. Een vroegere boerin kwam nog geregeld in haar nachtgewaad door het gevelvenster de kamer van het voorhuis binnen, aldus het hardnekkige gerucht.

Tijdens geen van mijn ommetjes heb ik haar tot dusver opgemerkt, maar wie weet kan iemand haar verschijning ontwaren op deze foto? ;)

Verantwoording:
Buursma, Albert: Kerkepadwandeling Zoutkamp-Vierhuizen
Broek, Nina van der (2016): Boerderijen in De Marne

By Ingeborg 22 Nov, 2017

Een geestige huisvriend met een goed gevoel voor timing bezigde lange tijd Groningismen als vernederlandst uitgesproken stopwoordjes. Vertelde iemand op een feestje verontwaardigd over een schandalige verkeerssituatie, dan kon hij de serieuze sfeer doorbreken door semi-verongelijkt uit te roepen: "Maar dat is al-der-naarst!" en had ineens niemand nog de gedachten bij dat onlogisch vormgegeven kruispunt of de misplaatste betonblokken in het slaapdorpje waarnaar het gesprek jammerlijk was afgegleden.

Dit procedé is, mits komisch uitgevoerd, vermakelijk en niet nieuw. Tal van cabaretiers bogen op deze techniek. Sketches tijdens streektaalavonden bevatten geregeld expres gekunsteld, want met streektaal doorspekt 'Nederlands'. Vaak zijn de typetjes die tijdens Bonte Avond, Rosenmontag of op de radio (bijvoorbeeld Meta & Greta van Radio Noord, de kijvende dames die weinig van doen hadden met een meet & greet) worden opgevoerd vrouwen, gestalte gegeven door mannen.

Vanwege het bagatelliserende karakter van dit zogenaamde vrouwengekwaak zou het eenvoudig zijn om ook dit verschijnsel te duiden als excessen van misogyne geesten. Toch lijkt dat te makkelijk geredeneerd: vrouwen zijn bij uitspraakveranderingen namelijk daadwerkelijk vaak de trendsetters. In zijn onderzoeken naar het Poldernederlands constateerde taalkundige Jan Stroop bijvoorbeeld in de jaren negentig dat het vooral jonge vrouwen waren die de Nederlandse diftongen ineens vereenvoudigd uitspraken. Zo valt het eveneens op dat uit migrerende gezinnen de zonen langer vasthouden aan de tongval van de thuisstreek dan de dochters.

Een vrouw die eens vol vuur verkondigde geen dialect te spreken in het bijzijn van haar kinderen, maar ‘gewoon ABN’ hoorde ik in één adem door aan iemand vragen: “Jai heb ja langere arms as ik, wil jai je arms daar eem omtoe doen?” Het is geen wonder waar persiflages hun oorsprong vinden: alsof Hadewych Minis het uitspreekt in haar rol van Liesbeth in Hollands Hoop.

Populair om haar hoogdravend bedoelde, doch dikwijls door het Gronings gevelde Nederlands was Fenna Slapsma-Tiessens, van wie de pedante pennenvruchten zelfs gebundeld zijn. Veel lezers genoten van haar bijzondere manier van schrijven. Jo Rietema van het Maandblad Groningen was de geestelijk vader van deze hilarische creatie.

Gelukkig is er in onze tijd eveneens een helder licht opgegaan waarvan we hopen dat het schijnsel enigszins op ons afkaatst: Diana Boerhaave, hartsvriendin van Alie en eigenaar van hondje Lady, schrijft doorwrochte haiku's die ze vormgeeft op nostalgische prentjes. Lees en verkneukel ‘uzelf’ ;) https://www.facebook.com/dianaboerhaave/

Meer hierover:
Poldernederlands; waardoor het ABN verdwijnt, Jan Stroop (1998, Bert Bakker)
Prachtige woorden, allernoast en rizzen, Siemon Reker (2013, RTV Noord)
Bloemkes uit myn dagboek, Fenna Slapsma-Tiessens

By Ingeborg 07 Nov, 2017
Toen Nane van der Molen afgelopen voorjaar aantrad als voorzitter van Stichting t Grunneger Bouk sprak hij het voornemen uit om meer Groningstalige literatuur op de markt te brengen.

Momenteel lijkt het inderdaad goed te gaan met Groningstalige schrijverij, dus in die zin wordt het voornemen al gerealiseerd.

Onlangs werd een nieuwe roman van Jan de Jong in de markt gezet: ‘Stilte van Wind’ (Stichting t Grunneger Bouk). Zuidhorn was afgelopen weekend de literaire “stee om te wezen”: vrijdag werd er een dichtbundel van Willem Tjebbe Oostenbrink gelanceerd, ‘Zolt en Stof’ (uitgeverij Vliedorp) en zaterdag was er de presentatie van het Bijbels dagboek ‘Dag en Deur II’, geïnitieerd door de Liudger Stichting en uitgegeven door Profiel.  

Afgelopen zomer werd er een stripalbum van ‘Single’ vertaald naar het Gronings door Jan Glas en ook zijn er vastomlijnde plannen om de populaire columns van een verhalenverteller in het Gronings uit te brengen. Korte verhalen uit mijn boek ‘De Groningin’ verschijnen in het Gronings in het tijdschrift ‘Toal en Taiken’.  

Komend weekend is het de beurt aan dominee Klaas Pieterman om een verhalenbundel te presenteren: een boek met Groningse Sinterklaasverhalen. Een uitgave om naar uit te zien, zeker gezien de summiere oogsten aan Groningstalige kinderverhalen van de afgelopen jaren. Dit feestje vindt plaats in het kerkje van Vierhuizen en ik heb de eer het eerste exemplaar in ontvangst te nemen!

http://www.webloug.nl/biebels-dagbouk-2018-dag-deur-in-dagblad-van-het-noorden/

By Ingeborg 15 Oct, 2017
Berichten over Frankrijk en Duitsland kwamen ons al wel ter ore, maar nog niet eerder zette onze Groningin hoef aan wal aan de andere kant van de Atlantische Oceaan! Momenteel reist ze door Canada, ´╗┐gechaperonneerd door de familie Kramer.

De afgelopen anderhalve maand zijn er ettelijke boekjes verkocht met vijftien avonturen verspreid door de provincie Groningen en een historisch overzicht van het Groninger Paard. Op 14 locaties in de provincie is De Groningin verkrijgbaar voor een tientje. Wilt u het laten toezenden? Ook dat is mogelijk. Mail in dat geval uw gegevens naar Ingetekstueel@hotmail.com
By Ingeborg 15 Oct, 2017

Mijn vierdeklassers heb ik onlangs een leesautobiografie laten schrijven; hun leesgeschiedenis, compleet met favoriete verhalen en boeken(reeksen). Dit is een fraaie nulmeting voordat ze gaan lezen voor het literatuurdossier. Wat bij het lezen van zulke leesbrieven iedere keer opvalt, is welke indruk sprookjes en volksverhalen achterlaten bij jonge luisteraars – en latere lezers. Zelf kan ik me de fascinatie voor sprookjes, fabels en volksverhalen nog goed herinneren. Dat is ook niet zo gek, want Groningen barst van de volksverhalen. Aagt van Ainrom die naakt door de kerk moet om haar eigen land te verdienen; Stommelsteert, ofwel de borries van Rottum die als hellehond mensen de stuipen op het lijf jaagt en vooral veel sprookverhalen over zeemeerminnen en andere boosaardig verleidelijke vrouwen – die ingebedde misogynie zit diep –; er is genoeg te lezen uit de eigen streek voor een Groninger volksverhaalliefhebber.    

 

Tot mijn geluk werd er tijdens mijn studietijd een bijvak aangeboden dat Orale Literatuur heette en gegeven werd door Jurjen van der Kooi – het woord ‘kenner’ is in dezen een schandelijk understatement. Ieder college regende het gruwelijke sagen, smakelijke broodje aap-verhalen en Freudiaanse betekenissen van ogenschijnlijk onschuldige sprookjes. De vertellingen werden ons door de begeesterde docent om de oren geslingerd op de vroege maandagochtend. Van sommige vakken is het jammer dat de bijbehorende colleges maar een periode lopen. Gelukkig was de aanschaf van Van der Koois in 2003 verschenen boek Van Janmaanje en Keudeldoemke verplichte kost en viel er  ook na het afsluiten van het bijvak nog één en ander te ontdekken. Over Groningse volksverhalen heb ik daardoor in de loop der jaren aardig wat lesmateriaal gemaakt.

 

Dit jaar vaart het oudste binnenschip van de provincie, De Familietrouw van het Veenkoloniaal Museum, door de provincie om een grimmige potpourri van Groningse volksverhalen aan wal te brengen. ‘Spinbarg’ heet dit project en het herbergt een ruim vol naargeestige verhalen die mondeling werden overgeleverd om vat te kunnen krijgen op tot dan toe onverklaarbare zaken; om uiting te geven aan (bij)geloof of om mensen te kunnen bedotten, dan wel beknotten. Sommige gruwelverhalen hebben pijnlijk veel historische waarde. De achttiende-eeuwse massamoordenaar Mepske van ’t Faan ontbreekt dan ook niet in de verzameling vertellingen. Het project Spinbarg ontleent haar naam aan de Groningse equivalent van Arachne, die draden spon – in het Groningse geval `s avonds laat, om jonge mannen in te vangen (daar hebben we meteen al zo`n verdorven vrouw ­čśë ). Kunstenaars lieten hun creativiteit los op de verhalen en dat resulteerde in een schip vol indrukken. Op de laatste dag van de Kinderboekenweek, met het thema Gruwelijk eng!, bezocht ik De Familietrouw en maakte kennis met zowel een aantal vriendelijke kunstenaressen als met de schatten aan boord.

 

Spinbarg werkt als een raamvertelling. Onze Groninger Rutger Hauer, Theo de Groot, treedt naar voren als verhalenverteller die de verhalen inleidt en van historische omlijsting voorziet. Mij herinnerde dit aan Grim Tales van de BBC, waarin Rik Mayall – in kamerjas en gezeten in een wandelende fauteuil – de sprookjes van Grimm inleidde. Als bezoeker schuif je langs een aantal interactieve tableaus. Onheilspellende wezens; beproefde duivelsaanbidders; tragische liefdesgeschiedenissen en vooral veel erbarmelijke zielen worden besproken en bezongen. De kracht van de vertellingen huist in de verscheidenheid in vormgeving. illustratoren hebben allemaal hun eigen handtekening, de bijbehorende geluiden en stemmen verschillen sterk van elkaar, de toon is dan weer bloedserieus en dan weer luchtig en de ene keer is er sprake van een verteld verhaal, dan weer van een opus en tot slot is er het muziekstuk dat Arnold Veeman componeerde voor Spinbarg. Zijn muzikale vertaling De Dollard, de watersnood die een berucht laconieke dijkgraaf veroorzaakte, doet denken aan Paul Dukas’ stuk De Tovenaarsleerling , dat te horen is in de film Fantasia . Het wassende water heeft ook in Veemans compositie een duidelijke stem gekregen en is daarmee schrijnend actueel in het jaar waarin we de Kerstvloed van 1717 herdenken.    

 

Scholieren van het Noorderpoort College gaven gestalte aan een sage bij de Ennemaborg en Henk Scholte verleende met zijn warme stemgeluid medewerking aan dit tableau. Voor de nimmer wakende dialectpolitie: dat brengt het aantal Groningstalig verwoorde tableaus op twee. De keuze is uiterst plausibel, al roept het in het geval van de vertelling over de onschuldige Protestantse voortrekker Griet Koenes uit Munnekezijl een vraag op. Verteller De Groot leidt dit verhaal in met de aankondiging dat Griet de eerste uit de wijde omtrek was die godsdienstige liederen zong in haar eigen taal, in plaats van in het door de dan nog enige kerk repressief toegepaste Latijn. Daarop volgt een prachtig gezang van Hester Le Grand in het Nederlands, waarvan je je kunt afvragen of dat de ‘eigen taal’ was van een Munnekezijlster uit de zestiende eeuw. Marlene Bakker verzorgt met Bernard Gepken in iedere haven waar het schip aanmeert een speciaal optreden waarin de volksverhalen in het Gronings bezongen worden.    

 

Zo trok de Familietrouw de afgelopen tijd door onze provincie; als een vriendelijke Lorelei.


By Ingeborg 22 Sep, 2017

De vreugde die de nieuwe roman van Renate Dorrestein met zich meebracht werd overschaduwd door het tragische nieuws dat ermee gepaard ging: de schrijfster is ernstig ziek. In een gedetailleerd interview met De Volkskrant toonde Dorrestein zich nuchter, krachtig en wijs, precies zoals we van haar gewend zijn, en dat met een dosis introspectie die we bij veel politiek leiders jammerlijk moeten missen. Het verdict is onomwonden: één van Nederlands meest gelauwerde literaire schrijfsters heeft slokdarmkanker en ziet af van medische ingrepen.


Gegrepen door het lot van deze oersterke vrouw, realiseerde ik mij dat ik extra moest genieten van het lezen van wat misschien wel haar laatste roman zal zijn. Zodra de vertellende hoofdpersoon van Reddende Engel in het begin van het verhaal echter met een auto zonder brandstof en in het stikdonker de weg kwijtraakt op een Limburgse heuvel in een met vooruitwijzingen doorspekt stuk -  gedachten over verdwalen in verraderlijke mergelgrotten en legendes over bokkenrijders komen bijvoorbeeld langs – en een verkeerde afslag neemt om daarna in razend tempo naar beneden te storten en te belanden op het erf van een aftandse, spookachtige boerderij, weet je als lezer genoeg: je wordt in volle vaart meegesleurd in een echte Dorrestein en je zit er al middenin.


En een ‘echte’ Dorrestein, dat is het. Sinds haar romandebuut in 1983 was de schrijfster zeer productief, maar een aantal jaren geleden viel haar creativiteit ten prooi aan een tartend writer`s block. Hierover schreef zij De Blokkade (2013). Met haar stadsschrijverschap van Almere kwam het idee voor Weerwater (2015). Met deze roman, die we volgens Dorrestein geen dystopische mogen noemen maar daar dan toch sterk op lijkt, verwerkte ze kwellingen uit het verleden en keerde ze terug op haar troon als gevierd verteller met een stijl om van te watertanden. In het interview in De Volkskrant vertelt ze na Zeven Soorten Honger (2016) terug te willen keren naar het genre waarmee ze groot geworden is en waarop ze binnen de Nederlandse letteren het patent lijkt te hebben: dat van de gothic novel. Alles in Reddende Engel ademt die sfeer.


Hoofdpersoon Sabine is een veertiger die door haar man plotseling aan de kant geschoven wordt voor een ‘jonge Bambi’. Om haar verdrietige en kapotgehuilde hoofd een verzetje te gunnen, gaat Sabine onvoorbereid rondtoeren door Limburg. Het is haar werk om op landelijke locaties monumentaal erfgoed om te toveren tot Bed & Breakfasts en eenmaal haar schrik te boven ziet zij in haar stormachtige entree op het boerenerf een kans.


Zeer onwelkom blijkt zij en als een lichaamsvreemde stof wordt Sabine met enige vijandigheid uit het bijna organisch geworden familiebastion gedwongen. De omstandigheden beslissen echter anders en zo wordt Sabine door twee zusjes, Madeleine en Livia, onderdak verschaft in de verpauperde boerenplaats genaamd Oldenhage – de klankovereenkomst met ‘onbehagen’ lijkt geen toeval. Als Lockwood in the Wuthering Heights brengt zij de nacht door in de kamer van een inmiddels overleden vrouw – een ideale setting voor een gothic novel. Net als Lockwood beziet Sabine de zaken van buitenaf en wil ze zich de daaropvolgende dagen met flarden, hele leugens en halve waarheden een beeld zien te vormen van wat er zich aan schrijnende toestanden heeft afgespeeld op dat boerenerf.


In de plattelandsgemeenschap heerste een oude hiërarchie die nog sterk nawerkt. De aan de grond geraakte, oude landadel probeert zich in deze streek hoog te houden met status en naam, maar doet meelijwekkend aan als de gedegenereerde Metsiers van Hugo Claus. Maman, de hardvochtige, 96-jarige mater familias van Oldenhage, heeft zich niet omhoog getrouwd met een echte Gilissen om zich in te laten met zogenoemde kinkels. Reconstruerend komt Sabine erachter dat toen de stadse Alicia een aantal jaren eerder de opkamer – voel de dubbele lading – betrok als inwonende huishoudster, dit bij maman onmogelijk goed kan zijn gevallen, zeker toen bleek dat Alicia er andere zedelijke mores op na hield. Het dubbelgangersmotief duikt op: wordt Sabine na haar neergang van de heuveltop gezien als een nieuwe Alicia? Dat is niet te hopen, gezien de gevallen engel-verhaallijn rond de stadse blondine. Reden voor het disfunctionele gezin Gilissen om een rookgordijn op te trekken. Voor de woedende dorpsgenoten verworden zij tot verschoppelingen. De twee meisjes, hun vader en hun stokoude grootmoeder volharden in een ongemakkelijke status quo die voor niemand in het gezin goed lijkt uit te werken – behalve hooguit voor maman. Volgens haar moet je dieren geen namen geven, omdat je je dan aan hen gaat hechten. Binnenshuis is zij al jaren van haar ware naam ontdaan, maar daarbuiten kent men haar nog altijd als Adelheid.

“Adelheid vond haar niet alleen een sloerie, maar ook een golddigger. Zo iemand die zich via het bed omhoogwerkt, weet je wel. Adelheid zag haar al aan de haal gaan met Oldenhage. Zo`n beetje zoals zij het destijds zelf had aangepakt. Misschien deed Alicia haar wel te veel aan zichzelf denken. Daar zat ze niet op te wachten.”

Dat Alicia Adelheid aan zichzelf deed denken is niet zo vreemd in dit boek dat bol staat van de symboliek. Alle vrouwelijke hoofdpersonen hebben heiligennamen: Sabine, Madeleine, (O)livia, Adelheid en… Alicia is een variant van Adelheid. De titel Reddende Engel is eerder onheilspellend dan voorspelbaar ondubbelzinnig en als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet door de nukken en zachtaardigheden van de betreurenswaardige zusters Gilissen.


Meelezend met Sabine observeer je de loop der dingen, maar mis je nog meer. In haar hoofd is ze immers nog steeds bezig met pogingen haar trouweloze ex versteld te doen staan, al lijkt hij haar vooral te zien als ballast uit een vroeger leven. Dankzij korte passages waarin het perspectief bij andere personages ligt, kom je er als lezer toe telkens meer kennishiaten te dichten. Dorrestein bouwt op deze manier de spanning vakkundig op.  


In een aantal opzichten spiegelt dit laatste boek haar eerste roman Buitenstaanders . Ook daarin raakt een auto van het gebaande pad en belanden de inzittenden daardoor in een gemeenschap die hen vreemd is en waar ze niet zomaar weer weg zullen komen. Hechte, kibbelende zusjes; mysteries en geheimen binnen een gesloten gemeenschap; vrouwelijke aftakeling en het mannelijke onbegrip dat dit opwekt; verwaarlozen, verzorgen en verzorgd worden; bloedverwantschap; opofferingsgezindheid; verwerken en wegstoppen; kinderlijke wreedheid; kinderloosheid en het gemis van een moeder: het begon in Buitenstaanders en deze reeks motieven werd voortgezet in vele romans als Het Hemelse Gerecht; Zolang er Leven is; Het Duister dat ons Scheidt; Verborgen Gebreken; Mijn Zoon heeft een Seksleven en ik lees mijn Moeder Roodkapje voor en zo verder. Renate Dorrestein heeft geen recensies nodig om blijk te geven van haar meesterschap. Toch wil ik haar zo graag nog één keer laten voelen hoezeer ze wordt gewaardeerd in de letteren. Ingeborg Nienhuis  

 

Renate Dorrestein, Reddende Engel (2017). ISBN 978-90-5759-860-9, 253 pagina’s, €19,99. Amsterdam: Uitgeverij Podium .


By Ingeborg 29 Aug, 2017
Gisteren hebben we onder een heerlijk zomerzonnetje de Groninger Paarden mogen demonstreren in het Stadspark tijdens Groningens Ontzet, werd het eerste exemplaar van 'De Groningin' overhandigd aan politicus en paardenkenner Henk Bleker, mocht ik aanschuiven aan tafel in de studio van RTV Noord om erover te praten en was er `s avonds het Bommen Berend Boekenbal hier op het erf. Wat een Peerdespul!

En vanochtend... werd ik al een paar keer gebeld over bestellingen van het boekje. Wauw!!! Wie ook graag een exemplaar (voor slechts een tientje) wil bemachtigen kan een mailtje sturen naar ingetekstueel@hotmail.com

Nu ga ik een paar dozen boeken inladen en met de vlam in de pijp naar verschillende boekhandels in de provincie voor de distributie. Winschoten, Vlagtwedde, Uithuizen, Leens, Zuidhorn, Stad en vele anderen... Ik kom eraan!
By Ingeborg 29 Aug, 2017

Een aanleunwoning, Noord-Groningen


"k Heb oap zain." Even blijft het stil. "Wat hebt u gezien, mevrouw?" De oudere dame legt het uit. "Inainen is dokter t roeg ien de kop worden. Juffraauw, k heb joarenlaank bie dizze dokter touholden, mor nou wi'k nlaanger." Zij knikt.

"U wilt graag ingeschreven worden bij een andere huisartsenpraktijk, vertelde uw dochter. Kunt u aangeven wat daarvan de reden is?" De dame probeert het nog eens. "k Was aaltied best te bruken over dokter, mor sunt n moand of wat dragt er haile vrumde jaskes, gaait er noar disco maank t jonkvolk en komt er tegen mörgen weer thoes. Doen. En non het er zien hoar vaarfd. t Is gain kiek geliek! Dat, ik heb oap zain." "U hebt...?" "Ik heb oap zain."1 "Juist."

1 In het Nedersaksisch en het Fries kan een aap verwijzen naar een smak geld, maar in deze context wordt er een echte aap bedoeld. Als je spreekwoordelijk 'aap hebt gezien' ben je ergens sterk op afgeknapt. Aanduidingen met 'oap(e)' zijn zelden complimenteus. 'Oapegrond' is bijvoorbeeld slechte grond waarop niets wil groeien en in Ter Laan duikt 'oapeding' op als een waardeloos voorwerp.


By Ingeborg 12 Aug, 2017
Op 28 augustus wordt het Groninginneboek gepresenteerd! Prelude en ik hebben de eer op een passende locatie het eerste exemplaar van ons boek te overhandigen aan een Bekende Groninger. We zien ernaar uit en nadere informatie volgt zo spoedig mogelijk :)   Foto: Frank de Schutter
By Ingeborg 26 Jul, 2017

Een lang geleden van het toneel verdwenen moeder; een verwarde, stokoude vader die zichzelf het liefst uit het leven zou willen goochelen; een jonger zusje in haar ontluikende puberteit en een verlatingsangstige hond genaamd Leo: de zeventienjarige Bas Jan krijgt wat voor zijn kiezen. Veel last lijkt hij niet te hebben van deze ongebruikelijke thuissituatie. Nu hij met zijn heldere hoofd geslaagd is voor het gymnasium en zijn talenten wil verfijnen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, is het voor hem als plaatsvervangend pater familias echter niet eenvoudig om zich los te maken.

Wanneer hij auditie moet doen voor de toelatingscommissie voor de Academie, besluit hij zijn vader, zusje en hond dan ook maar mee te nemen. Die volksverhuizing dient een tweeledig doel, want vaders achterland ligt deels nabij Wassenaar en Bas Jan hoopt met behulp van een in Den Haag achtergebleven oom de hiaten in het verschrompelende vaderverstand te kunnen vullen. Eenvoudig is die onderneming niet, want vader is bang voor snelheid en ook Leo heeft zo zijn fobieën. Bas Jan bouwt - weinig vernuftig - een tandem met een aanhanger en fietst met dit reizende gezelschap van het oosten naar het westen.

Niet alleen voor wat betreft deze schets van een disfunctionele familie, maar ook gezien de stijl doet dit werk denken aan 'The Hotel New Hampshire' van John Irving. In dat boek eveneens volop drama en Bildung in een origineel literair werk en dat op geestige wijze verteld door een zoon in het verhaal.

De vader van Bas Jan was in vroegere tijden een groot goochelaar; het talent van zijn zoon is dat hij kan vallen als geen ander. De protagonist is gebaseerd op de in 1975 tijdens een vaartocht - die als doel had de Atlantische Oceaan over te steken - verdwenen artiest Bas Jan Ader, die het vallen tot een kunstvorm verhief. Zijn achtergrond is sterk gefictionaliseerd: Ader zelf was het kind van verzetsstrijders en predikanten uit het Groningse Winschoten. Diens fictieve pendant groeide op in het oosten van het land, waar ook de schrijver van de Valkunstenaar zijn jeugd doorbracht. De tijd waarin de Bas Jan in het boek leeft, lijkt daarmee in harmonie. Net als in de schoolgesitueerde boeken van Siebelink lijkt het verhaal zich verder in het verleden af te spelen en pas wanneer het eerste mobieltje in het verhaal opduikt merk je dat de begrijpelijk vroegwijze, iets ouwelijke hoofdpersoon zich in de 21e eeuw met zijn karavaan door het landschap beweegt.

 

Het bezoek aan Den Haag brengt antwoorden met zich mee en mogelijkheden om een jeugd af te sluiten. Peppelenbos creëert zo op toegankelijke wijze een hoofdpersoon die je ieder moment door je straat kunt zien fietsen – berekenend hoe hij het beste zijn landing kan inzetten. Wie bang was dat er nooit meer een Joe Speedboot-eske avonturenroman aan de canon zou worden toegevoegd kan gerust zijn: die is er bij dezen. De Valkunstenaar beschrijft een queeste waarin het contrast wordt gezocht tussen geregisseerd en abusievelijk vallen; de bijsmaak van Gauloises en de textuur van een piercing; van vasthouden aan familieverantwoordelijkheden en het loslaten ten behoeve van een nieuwe start.


Ingeborg Nienhuis

More Posts
Share by: