t Greunenkriek: voor wie zich rijk voelt in het Gronings(e).



Reddende Engel is de ‘echte’ Dorrestein die we nu zo nodig hebben

  • By Ingeborg
  • 22 Sep, 2017

De vreugde die de nieuwe roman van Renate Dorrestein met zich meebracht werd overschaduwd door het tragische nieuws dat ermee gepaard ging: de schrijfster is ernstig ziek. In een gedetailleerd interview met De Volkskrant toonde Dorrestein zich nuchter, krachtig en wijs, precies zoals we van haar gewend zijn, en dat met een dosis introspectie die we bij veel politiek leiders jammerlijk moeten missen. Het verdict is onomwonden: één van Nederlands meest gelauwerde literaire schrijfsters heeft slokdarmkanker en ziet af van medische ingrepen.


Gegrepen door het lot van deze oersterke vrouw, realiseerde ik mij dat ik extra moest genieten van het lezen van wat misschien wel haar laatste roman zal zijn. Zodra de vertellende hoofdpersoon van Reddende Engel in het begin van het verhaal echter met een auto zonder brandstof en in het stikdonker de weg kwijtraakt op een Limburgse heuvel in een met vooruitwijzingen doorspekt stuk -  gedachten over verdwalen in verraderlijke mergelgrotten en legendes over bokkenrijders komen bijvoorbeeld langs – en een verkeerde afslag neemt om daarna in razend tempo naar beneden te storten en te belanden op het erf van een aftandse, spookachtige boerderij, weet je als lezer genoeg: je wordt in volle vaart meegesleurd in een echte Dorrestein en je zit er al middenin.


En een ‘echte’ Dorrestein, dat is het. Sinds haar romandebuut in 1983 was de schrijfster zeer productief, maar een aantal jaren geleden viel haar creativiteit ten prooi aan een tartend writer`s block. Hierover schreef zij De Blokkade (2013). Met haar stadsschrijverschap van Almere kwam het idee voor Weerwater (2015). Met deze roman, die we volgens Dorrestein geen dystopische mogen noemen maar daar dan toch sterk op lijkt, verwerkte ze kwellingen uit het verleden en keerde ze terug op haar troon als gevierd verteller met een stijl om van te watertanden. In het interview in De Volkskrant vertelt ze na Zeven Soorten Honger (2016) terug te willen keren naar het genre waarmee ze groot geworden is en waarop ze binnen de Nederlandse letteren het patent lijkt te hebben: dat van de gothic novel. Alles in Reddende Engel ademt die sfeer.


Hoofdpersoon Sabine is een veertiger die door haar man plotseling aan de kant geschoven wordt voor een ‘jonge Bambi’. Om haar verdrietige en kapotgehuilde hoofd een verzetje te gunnen, gaat Sabine onvoorbereid rondtoeren door Limburg. Het is haar werk om op landelijke locaties monumentaal erfgoed om te toveren tot Bed & Breakfasts en eenmaal haar schrik te boven ziet zij in haar stormachtige entree op het boerenerf een kans.


Zeer onwelkom blijkt zij en als een lichaamsvreemde stof wordt Sabine met enige vijandigheid uit het bijna organisch geworden familiebastion gedwongen. De omstandigheden beslissen echter anders en zo wordt Sabine door twee zusjes, Madeleine en Livia, onderdak verschaft in de verpauperde boerenplaats genaamd Oldenhage – de klankovereenkomst met ‘onbehagen’ lijkt geen toeval. Als Lockwood in the Wuthering Heights brengt zij de nacht door in de kamer van een inmiddels overleden vrouw – een ideale setting voor een gothic novel. Net als Lockwood beziet Sabine de zaken van buitenaf en wil ze zich de daaropvolgende dagen met flarden, hele leugens en halve waarheden een beeld zien te vormen van wat er zich aan schrijnende toestanden heeft afgespeeld op dat boerenerf.


In de plattelandsgemeenschap heerste een oude hiërarchie die nog sterk nawerkt. De aan de grond geraakte, oude landadel probeert zich in deze streek hoog te houden met status en naam, maar doet meelijwekkend aan als de gedegenereerde Metsiers van Hugo Claus. Maman, de hardvochtige, 96-jarige mater familias van Oldenhage, heeft zich niet omhoog getrouwd met een echte Gilissen om zich in te laten met zogenoemde kinkels. Reconstruerend komt Sabine erachter dat toen de stadse Alicia een aantal jaren eerder de opkamer – voel de dubbele lading – betrok als inwonende huishoudster, dit bij maman onmogelijk goed kan zijn gevallen, zeker toen bleek dat Alicia er andere zedelijke mores op na hield. Het dubbelgangersmotief duikt op: wordt Sabine na haar neergang van de heuveltop gezien als een nieuwe Alicia? Dat is niet te hopen, gezien de gevallen engel-verhaallijn rond de stadse blondine. Reden voor het disfunctionele gezin Gilissen om een rookgordijn op te trekken. Voor de woedende dorpsgenoten verworden zij tot verschoppelingen. De twee meisjes, hun vader en hun stokoude grootmoeder volharden in een ongemakkelijke status quo die voor niemand in het gezin goed lijkt uit te werken – behalve hooguit voor maman. Volgens haar moet je dieren geen namen geven, omdat je je dan aan hen gaat hechten. Binnenshuis is zij al jaren van haar ware naam ontdaan, maar daarbuiten kent men haar nog altijd als Adelheid.

“Adelheid vond haar niet alleen een sloerie, maar ook een golddigger. Zo iemand die zich via het bed omhoogwerkt, weet je wel. Adelheid zag haar al aan de haal gaan met Oldenhage. Zo`n beetje zoals zij het destijds zelf had aangepakt. Misschien deed Alicia haar wel te veel aan zichzelf denken. Daar zat ze niet op te wachten.”

Dat Alicia Adelheid aan zichzelf deed denken is niet zo vreemd in dit boek dat bol staat van de symboliek. Alle vrouwelijke hoofdpersonen hebben heiligennamen: Sabine, Madeleine, (O)livia, Adelheid en… Alicia is een variant van Adelheid. De titel Reddende Engel is eerder onheilspellend dan voorspelbaar ondubbelzinnig en als lezer word je voortdurend op het verkeerde been gezet door de nukken en zachtaardigheden van de betreurenswaardige zusters Gilissen.


Meelezend met Sabine observeer je de loop der dingen, maar mis je nog meer. In haar hoofd is ze immers nog steeds bezig met pogingen haar trouweloze ex versteld te doen staan, al lijkt hij haar vooral te zien als ballast uit een vroeger leven. Dankzij korte passages waarin het perspectief bij andere personages ligt, kom je er als lezer toe telkens meer kennishiaten te dichten. Dorrestein bouwt op deze manier de spanning vakkundig op.  


In een aantal opzichten spiegelt dit laatste boek haar eerste roman Buitenstaanders . Ook daarin raakt een auto van het gebaande pad en belanden de inzittenden daardoor in een gemeenschap die hen vreemd is en waar ze niet zomaar weer weg zullen komen. Hechte, kibbelende zusjes; mysteries en geheimen binnen een gesloten gemeenschap; vrouwelijke aftakeling en het mannelijke onbegrip dat dit opwekt; verwaarlozen, verzorgen en verzorgd worden; bloedverwantschap; opofferingsgezindheid; verwerken en wegstoppen; kinderlijke wreedheid; kinderloosheid en het gemis van een moeder: het begon in Buitenstaanders en deze reeks motieven werd voortgezet in vele romans als Het Hemelse Gerecht; Zolang er Leven is; Het Duister dat ons Scheidt; Verborgen Gebreken; Mijn Zoon heeft een Seksleven en ik lees mijn Moeder Roodkapje voor en zo verder. Renate Dorrestein heeft geen recensies nodig om blijk te geven van haar meesterschap. Toch wil ik haar zo graag nog één keer laten voelen hoezeer ze wordt gewaardeerd in de letteren. Ingeborg Nienhuis  

 

Renate Dorrestein, Reddende Engel (2017). ISBN 978-90-5759-860-9, 253 pagina’s, €19,99. Amsterdam: Uitgeverij Podium .



Share by: